Klassiek Elektriek #7: Philip Glass

Philip Glass

Klassiek Elektriek #7: Philip Glass

Philip Glass

In Klassiek Elektriek stellen we je iedere week een hedendaagse klassieke componist voor, die niet vies is van een scheut elektronica. Zo passeerden ondertussen al klinkende namen als Ryuichi Sakamoto, Nils Frahm en Max Richter de revue. Deze week stellen we de Amerikaan Philip Glass aan je voor.

Philip Morris Glass draait ondertussen al even mee. Hij werd op 31 januari 1937 geboren in Baltimore en heeft ondertussen dus al 80 lentes op zijn teller staan. Philip stamt af van een familie Letse joden die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog hun land ontvluchtten. Naar het einde van de oorlog besloot zijn moeder, naast haar job als bibliothecaresse, om overlevers van de holocaust op te vangen en Engels te leren, zodat ze een kans maakten op de arbeidsmarkt. Zijn zus sloot zich, naar voorbeeld van hun moeder, later aan bij het International Rescue Committee.

Zijn vader was de eigenaar van een platenwinkel, waar Philip voor het eerst muziek ontdekte en er een liefde voor kreeg. Later ontdekte hij dat zijn vader heel wat muzikale familieleden had. Zo was hij gelinkt aan de legendarische Al Johnson en was zijn neef een concertpianist. Philips vader kreeg regelmatig promo-albums binnen, die hij steevast beluisterde in zijn zetel in de woonkamer. Vanaf erg jonge leeftijd ging Philip bij zijn vader zitten om mee te luisteren. De platenzaak van zijn vader kreeg steeds meer de naam van autoriteit voor moderne muziek. Dit doordat zijn vader klanten steeds nieuwe dingen aanraadde en zelfs platen die ze toch niet goed vonden liet terugbrengen. De platen die zijn vader niet verkocht kreeg, gingen naar Philips collectie en zo had hij op vrij jonge leeftijd een collectie van klassieke muziek uit alle periodes.

Als kind ging Philip naar de muziekschool om fluit te leren spelen. Op school bleek hij een wonderkind en hij begon al op zijn vijftiende aan de universiteit van Chicago aan zijn studie wiskunde en filosofie. In Chicago leerde hij de muzikale techniek van het serialisme kennen, uitgevonden door Anton Webern. Hij was geïntrigeerd door deze techniek en schreef er een strijkerstrio mee.Toen hij 17 was ging hij op reis naar Parijs. Daar leerde hij de films van Jean Cocteau kennen. In zijn film Orphée raakte hij in contact met les bohémiens. Hij was meteen weg van deze mensen en werd met ze bevriend in Parijs.

Na zijn terugkeer naar de VS ging hij studeren aan de prestigieuze Juilliard School Of Music, waar hij voornamelijk piano en keyboard leerde spelen. Daar studeerde hij onder andere met Steve Reich, waarover je volgende week meer kan lezen in Klassiek Elektriek. Tijdens zijn studie ontving hij de BMI Student Composer Award, een prestigieuze prijs voor jonge componisten. Tijdens de zomervakantie van 1960 ging hij naar de summer school van het Aspen Music Festival, waar hij onder andere een vioolconcerto componeerde.

Toen hij in 1962 afstudeerde aan Juilliard, ging hij werken als composer-in-residence in een school in Pittsburgh.

In 1964 ontving Philip een Fullbright studiebeurs om in Parijs bij Nadia Boulanger te gaan studeren. De Fullbrightbeurs werkte volgens een competitief systeem waardoor enkel de allerbesten eraan kunnen deelnemen. Philip heeft meermaals toegegeven dat Nadia een grote en blijvende invloed op hem en zijn werk heeft uiteoefend. In Parijs bleef hij qua muzikale invloeden op zijn honger zitten. De concerten die hij zag in het Domaine Musical misten originaliteit, enkel de concerten van John Cage en Morton Feldman brachten hem iets nieuws. De creatieve invloeden die hij miste ging hij dan maar opzoeken in het theater en de cinema. Het is dan ook geen wonder dat hij in 1965 en het volgende jaar meewerkte als filmcomponist voor de soundtrack van Conrad RooksChappaqua. Dit deed hij samen met Ravi Shankar en Alla Rakha. Deze twee legendarische Indische muzikanten hadden een radicale invloed op Philip's muzikale denken. Hierdoor begon hij te werken aan repetitieve stukken, gebaseerd op Indische ritmes.

In 1966 vertrok Philip uit Parijs, om het noorden van India te gaan ontdekken. Daar leerde hij Tibetaanse vluchtelingen kennen en bekeerde zich (onofficiëel) tot het Boedhisme. In 1972 leerde hij Tenzin Gyatso kennen, de veertiende Dalai Lama en sindsdien is hij een hevige aanhanger van de Tibettaanse onafhankelijkheid.

Toen hij na een jaar terugkeerde naar New York zag hij een optreden van zijn oude studiegenoot Steve Reich. Dit optreden had een grote invloed op hem. Hij begon zich op minimalistische muziek te concentreren en deed dit voornamelijk samen met Steve Reich.

Omdat hij zijn boterham nog steeds niet kon verdienen met muziek, had hij samen met zijn neef een verhuisbedrijf én kluste hij tussen 1973 en 1978 bij als loodgieter en taxichauffeur. Rond die periode werd hij ook bevriend met een hoop artiesten in New York. Onder andere Laurie Anderson die beroemd staat voor haar werk in de avant-gardistische muziek en de schilder Chuck Close. Deze maakte later een wereldberoemd portret van Philip, die als wederdienst een 'muziekaal protret van Philip maakte. 

Philip Glass door Chuck Close

In 1971 kregen Philip en Steve ruzie en scheidden hun wegen. Hierdoor startte Philip zijn Philip Glass Ensemble. Met dit ensemble brak hij een hoop muzikale regels en maakte het vier-uur-durende Music in Twelve Parts. Later maakte Philip een driedelige portretopera genaamd Einstein On The Beach. In deze opera probeert hij Albert Einstein op metaforische wijze weer te geven. Later volgde nog portretten van onder andere Mahatma GandhiLeo Tolstoy en Martin Luther King Jr.. Ook komt er nog een vocale en orchestrale compositie die het verhaal van de Egyptische farao Achnaton brengt. Dit was de eerste farao die een monotheïstisch geloof wou inrichten in het oude Egypte. Deze compositie wordt in een hoop talen gebracht: het Akkadisch, het Hebreeuws, het oud-Egyptisch en in de taal van het publiek waarvoor het opgevoerd wordt.

Sinds de jaren '90 is Philip zijn revolutionaire vleugels wat kwijt en schrijft hij voornamelijk conventionelere klassieke muziek. Toch werkte hij nog samen met een aantal grote namen als David BowieLeonard Cohen en Paul Simon.

Doorheen zijn leven componeerde hij ook enorm veel filmmuziek. Dit leverde onder andere drie Oscarnominaties op, zonder dat hij er een won. Wel won hij een Golden Globe Award voor zijn muziek in The Truman Show. Hij speelt zelfs mee in een film: de documentaire Refuge die gaat over Tibet.

In het totaal componeerde hij 39 soundtracks, 8 pianowerken, 14 opera's, 14 kameropera's en meer dan 20 andere werken, allemaal behoorlijk lijvig. Ook schreef hij een autobiografie: Words Withour Music: Memories I.

Volgende week stellen we Steve ReichPhilip's studiegenoot, partner en vriend, voor in Klassiek Elektriek.