Studio Talks: Bart Demey

Studio Talks: Bart Demey

Eens je als band of producer enkele songs geschreven of gecomponeerd hebt, heeft de track nog een hele weg te gaan vooraleer je een finaal eindproduct hebt om uit te brengen. Een onontbeerlijke stap in dit proces is de producing en het afmixen van je muziek. Maar hoe gaat een producer of afmixer aan het werk? We gingen in het Gentse Begijnhof langs bij Bart Demey, gekend als producer van zijn eigen project Nid & Sancy die ook de muziek van Goose, Compact Disk Dummies en Mumbai Science mee vorm gaf als producer of mixer. FUZZ – Dag Bart. Je bent op vele manieren met de muziekindustrie verbonden. Hoe kwam dit tot stand en wat doe je precies allemaal? B: De meeste mensen kennen mij wellicht als helft van het duo Nid & Sancy dat ik samen met Tania Gallagher vorm. Maar alles begon eigenlijk al in een vroeger stadium, begin de jaren 2000. Na een jaartje Londen begonnen we muziek te maken onder de noemer Galacticamendum. We maakten toen thuis donkere, harde en obscure electronica, die we anoniem via tapes verstuurden naar Studio Brussel, waar we werden opgepikt door Luc Janssen in zijn Crapuul De Lux-programma. Luc nodigde ons daarop uit om op Pukkelpop te spelen en zo ging de bal aan het rollen voor ons. We bouwden onze studio gestaag verder uit en ook andere muzikale projecten kregen meer en meer vorm. Zo begonnen we iets later het project Nid & Sancy. Daarin konden we onze energie botvieren op rauwe, opzwepende electronica, aangevuld met zang, bas en gitaar, invloeden van punk, rock en hevige electronica.

Daarnaast is er The Living Islands, een project dat we in 2010 startten en waarmee we meer toegankelijke muziek maken, die we zelf omschrijven als Tropical Doom. Met The Living Islands deden we ook remixes, voor ondermeer Das Pop, Ponihoax en Blende’s Fake Love. Tot slot is er Gamelan Voices, waarin we oosterse en westerse muziek versmelten met electronica. Gamelan Voices is eigenlijk meer een totaalconcept, dan puur een artiestenalias. Zo spelen we enkel ligconcerten waarbij bezoekers van een optreden het concert beleven in ware zen-modus. Denk aan matjes en kussens op de grond, terwijl er overal kaarsen branden in de zaal.

FUZZ – Je bent ook actief als producer en mixer voor andere artiesten. Zo heb je mee het nieuwe album van Goose vormgegeven. Hoe kwamen zij bij je terecht? B: Ik denk dat ze mijn werk goed vonden en op een dag kreeg ik een telefoontje met de vraag of ik het zag zitten om met hen samen te werken aan hun nieuwe plaat. We zijn dan, bij wijze van verkenningsronde aan een eerste track begonnen, om te zien of de klik er was, en dat bleek zo te zijn. De eerste track waar we samen aan werkten was Call Me, de eerste single van het album, al wisten we dat toen natuurlijk nog niet.

FUZZ – Heb je als producer veel invloed op hoe een plaat klinkt? B: Dat hangt een beetje af van de aard van het project. In elk geval: een goede productie en mixing is een essentieel onderdeel om een album in zijn finale vorm te gieten. Maar terzelfdertijd kan een producer ook geen wonderen verrichten. Een slecht geschreven song is en blijft een slecht geschreven song, hoeveel producing of mixing er verder nog aan te pas komt. Toen ik samen met Tania aan de slag ging met Compact Disk Dummies was dat een jonge band, maar ze konden wél songs schrijven, ook al waren ze nog op zoek naar hun eigen identiteit. In dat geval heb je veel invloed, want je bent een soort van gids die de sterkste ideeën oppikt uit het materiaal dat voor handen is en daarmee aan de slag gaat. Goose had in LA al enkele songs opgenomen. Dat waren in sommige gevallen zeker nog geen finale versies, maar je kon wel al duidelijk een richting voelen in dat nieuwe materiaal. Bij het album van Mumbai Science daarentegen, kwam ik pas aan boord als mixer toen de plaat al volledig klaar was. Om maar te zeggen: ieder project is weer anders.

FUZZ – Het album What You Need wordt door de meeste media aanzien als een meer radiovriendelijke plaat, zeker vergeleken met voorgangers Control Control Control, Synrise en Bring It On. Was dit een bewuste keuze? B: Of het een bewuste keuze is, zal je aan de heren van Goose zelf moeten vragen. De snedige electronica komt inderdaad minder aan bod en er werd meer songgewijs gedacht. Dat het radiovriendelijker bevonden wordt, is daar wellicht een logisch gevolg van. Maar we creëerden vooral een album dat op alle momenten van de dag past. Zo zijn er inderdaad meer nummers op te vinden die je op een nuchtere maag ’s morgens vroeg al zonder problemen kan verteren. Een band evolueert nu eenmaal qua sound en bij iedere verandering zal je enkele trouwe fans teleurstellen en nieuwe fans winnen. Niets zo saai als een band wiens album krak hetzelfde klinkt als het vorige.

FUZZ – Je haalde daarnet al Compact Disk Dummies aan, voor wie je ook meewerkte aan hun debuut-EP Mess With Us. In hoeverre verschilt werken met zo’n jonge band als werken met ervaren mannen als Goose? B: Een band die al langer samen is heeft al een beter zicht op wat ze willen en kunnen. Jonge bands hebben vaak iemand nodig die de focus scherp houdt. Zo was The Reeling een track die we letterlijk uit de prullenmand opvisten. De demo ervan zat verborgen in een iTunes playlist die op weg was richting vuilbak. Toen we die demo hoorden wisten we meteen: hiermee gaan we mee aan de slag. Die song was voor de EP ook het ontbrekende stukje in de puzzel.

FUZZ – Hoe verloopt dat dan, het producen van zo’n album? Zitten jullie dan altijd samen in de studio? B: Wanneer er aan songs gesleuteld wordt, is het belangrijk om contact te houden en af en toe samen te zijn. Maar mijn mixes doe ik altijd alleen. Op zo’n moment zit ik in een flow en wil ik niet gestoord worden. Er is daarna altijd nog de mogelijkheid om een recall te doen, maar de magie van het moment mag niet gebroken worden. FUZZ – Bert Libeert van Goose producet zelf ook vaak voor andere artiesten. Zo is hij actief onder het alias B en ontstond er een behoorlijke heisa toen bleek dat hij meewerkte aan de single You’re Mine van Raving George en Oscar & The Wolf. Botste dit dan niet in de studio? B: Daar heb ik eerlijk gezegd geen moment bij stilgestaan. Goose is echt een band waarin alle leden evenveel inspraak hebben. Natuurlijk gaf Bert ook opmerkingen over hoe hij over de tracks dacht, net als ieder ander bandlid trouwens. FUZZ – Moet je dan als producer constant proberen mee te zijn met de nieuwste trends en evoluties in het muzieklandschap? B: Neen, Ik moet eerlijk toegeven dat ik de hedendaagse elektronische muziek niet zo nauwgezet volg. Er zijn natuurlijk wel labels als een Ninja Tune, Warp, Brainfeeder en binnen België Eskimo Recordings en R&S om er maar twee te noemen, die ik regelmatig check. Ik maak samen met Tania ook de muziek voor modeshows van KTZ (Kokon To Zai), dus wanneer er een nieuwe show op til staat, lassen we enkele luistersessies in om nieuwe stuff te checken.  Maar het is niet zo dat ik in de huidige house- en technorevolutie alle nieuwe releases en alle subgenres op de voet volg. Dat is gewoon minder mijn ding. FUZZ – We zien hier in je studio heel wat analoog materiaal staan. Werk je steeds volledig analoog, of kan je de dag van vandaag niet onder de digitale mogelijkheden uit? B: Ik werk altijd in een combinatie van zowel analoog als digitaal. Digitaal producen geeft je een reeks extra mogelijkheden, maar ik zou niet zonder mijn analoge synths kunnen. FUZZ – We merken inderdaad een heuse collectie synths, waaronder enkele heel bijzondere. Kan je deze even toelichten?  Eén van de vaakst gebruikte is de EMS VCS3. Deze bijna 50 jaar oude synth kon ik heel wat jaren geleden op de kop tikken. Ik moest er wel voor naar een dorpje voorbij Parijs, maar dat had ik er graag voor over. Qua sound kan je daar heel wat meer uithalen dan uit digitale software, hij leidt als het ware een eigen leventje en kan onvoorspelbaar uit de hoek komen. Dat maakt het natuurlijk spannend. De VCS3 is trouwens de kleine broer van de al even legendarische Synthi 100, waarvan UGent één van de mooiste exemplaren heeft staan. Al staat die gelukkig geen stof meer te vergaren in één of andere doffe kelder. Hij resideert nu in de studio van twee Gentse broertjes. Dan is er ook nog de Buchla Music Easel, net als de EMS geschikt om bijvoorbeeld gitaren of vocals door te jagen. Verder hebben we ook een kleine modular setup. Daar zitten voornamelijk modules in die we zelf hebben laten ontwerpen. Zo hebben we een spring reverb laten bouwen met enkele specifieke features, en weirde stuff met zandlopers en laserstralen. Vanaf het moment dat het zout begint te lopen komt er een noise signaal uit. Soms heb je dingen nodig die de fantasie op hol doen slaan. FUZZ – Wat zou je tenslotte aanraden aan beginnende bands die op zoek zijn naar een producer voor hun muziek? B: Zorg eerst en vooral dat de fundamenten van je muziek er staan – is het nu live of op opname – en dat je een idee hebt van wat je wil als band of artiest. Stop er tijd in om je identiteit als artiest te ontdekken. Stel jezelf de vraag: zit mijn ziel hierin? En zorg ervoor dat je sound een tikkeltje meer is dan een samenraapsel van ideeën geleend van je favoriete bands. Eens je denkt klaar te zijn om aan een plaat te beginnen, stel dan een lijstje op met albums of nummers waarvan je vindt dat ze echt top klinken, in de stijl waarin je zelf verder wil. Daarna kan je beginnen met producers te contacteren die in die richting werk hebben geleverd of die deze bepaalde albums in de studio mee hebben vormgegeven. En als die niet ingaan op jullie vraag? Duik dan het repetitiekot opnieuw in en werk verder zodat je zelf blijft groeien en bijleren. Op een dag komt het helemaal goed. FUZZ – Bedankt voor het uitgebreide interview, Bart!