Werchter dag 3: hoogdag met veel zon en veel dance

Het wonder is geschied, zonlicht op Rock Werchter 2016! Door dat in combinatie met een uitgebreid danceprogramma staan we bijna als eerste op de wei voor wat een fantastische dag belooft te worden.

Mura Masa

Geen Rammstein-kater voor de pubers die Werchter telt want zij staan om klokslag één uur massaal op post in The Barn voor future bass -sensatie Mura Masa. De jonge Britse knaap gaat door het leven als Alex Crossan en heeft voor de gelegenheid Rihanna lookalike Bonzai - ook zijn maatje in de productiekamer - meegenomen voor de vocals. Zelf gaat de man ook soms aan het zingen en verder doet hij het met een keyboard, drumpads en cimbalen. Alles met software aangestuurd, weliswaar. Aanstekelijke beats in U & Me en The Way I Want You maken van Mura Masa een leuk optreden om je festivaldag mee te beginnen. Of je een ticket zou kopen voor een zaalshow, is nog iets anders.

Hoogtepunt: Op de letter kan het jonge publiek bishit Firefly meezingen, élke letter. We staan er maar wat naar te kijken.

Opmerkelijk: De term ‘future bass’ kan je bij dit optreden zeer letterlijk nemen, met een gemiddelde leeftijd die misschien net de achttien bereikt. Twintig, max.

Goose

Voor een keer staan we volledig vooraan aan de Main Stage van Werchter. En we zijn op tijd ook, dus is het nog even lachen geblazen met de kiss- and funny face cam op de grote schermen. De grootste vraag van vandaag is of Goose het melige kantje van hun nieuwe album What You Need kan integreren met de electropunk waarvoor ze al tien jaar staan. Van dat nieuwe album passeren opwarmer Trip, synthpopplaat Come Home en recente hitjes So Long en Call Me, waarvan die laatste echt wel voor een eerste hoogtepunt zorgt.

Het antwoord op voorgaande vraag is resoluut ja, want de rest van de set wordt opgevuld met klassiekers als Control, Bring It On, Can’t Stop Me Now, Black Gloves, Words, British Mode en uiteraard Synrise. Van een festivalset gesproken. Drummer Libeert - product placement voor Lacoste - blijft steevast op zijn drums rakken maar de gitaren van het overige drietal komen opvallend minder aan bod. Zelfs in het slot van Words - waarbij vroeger drie snerpende gitaren in chaos opgingen - wordt geen enkele snaar aangeraakt. Het zijn drie snerpende synths die in chaos opgaan tegenwoordig. Machtig.

Hoogtepunt: De hoogtepunten zijn moeilijk op twee handen te tellen. Goose moet één van de beste livebands ter wereld zijn in die zin dat ze hun studiowerk - dat op zich al fenomenaal is - op een podium niet één, twee maar drie niveaus hoger kunnen tillen. Van Can’t Stop Me Now en Words weten we al langer dat het slot ons omver kan blazen. De grootste verrassing moet dan de lekkere overdaad aan distortion tijdens de apotheose van Bring It On zijn. Damn!

Opmerkelijk: Zelfs helemaal vooraan aan het podium duurt het tot track zes - Call Me - voor het lauwe publiek stopt met praten en wat begint te bewegen. De Main Stage van Werchter zit duidelijk niet te wachten op Goose, zeker niet ’s middags. Volgende keer toch maar weer laten afsluiten in één van de tenten?

Tame Impala

“I missed Red Hot Chili Peppers for you”. Voor die boodschap vanuit het publiek houdt frontman Kevin Parker toch even een uitgebreid woordje van dank, terwijl zijn bassist een klassiek Pepper-rifje laat vallen. Naast een steengoed oeuvre heeft Tame Impala dus ook humor meegebracht naar The Barn.

Na Nangs is het meteen Let It Happen en ook later komen er hits aan bod zoals Elephant en het fantastische The Less I Know The Better waarbij het publiek zijn zangkunsten laat zien. De pauzes tussen de tracks - die op zich allemaal gelijkaardig zijn - zijn voor ons niet nodig en het geheel mist muzikaal een soort van rock ‘n’ roll gehalte. Visueel niet, dit stelletje gedraagt zich nog een pak vager dan pakweg een Jan Paternoster.

Hoogtepunt: Na de intro meteen openen met grootste hit Let It Happen, confettikanonnen hun werk laten doen en het publiek na vijf minuten al tot in de nok van The Barn krijgen. Well played, well played.

Opmerkelijk: Ondanks hun imago en gedrag van nonchalance en lapzwanzerij is daar muzikaal niks van te merken. Elk nummer wordt heel secuur gebracht en er is geen enkel moment waarop Tame Impala afwijkt van zijn studioversies. Van die studioversies is op zich al een hoek af, dus het doet geen zeer. Tame Impala zou het beste concert van deze zaterdag kunnen zijn. Of toch maar weer Goose?

Paul Kalkbrenner

De Duitse technogod laat nog even op zich wachten dus volgen we het live voetbal maar op een klein schermpje bij enkele Duitse fans. Wanneer de winnende strafschop voor die manschaft valt is het duidelijk waarom Kalkbrenner op zich laat wachten, hij was uiteraard zelf het voetbal aan het volgen. Doleuforisch - en in Duitse voetbaltenue - begint hij aan zijn set en het publiek is volledig mee. Voor één keer stemt iedereen voor de Duitsers.

Tijdens bescheiden hit Feed Your Head en monsterhit Sky And Sand - verrassend vroeg in de set - is Kalkbrenner wel heel erg in zijn nopjes. We zullen het maar op de voetbalgekte steken, zeker?

Als je denkt dat Kalkbrenner zijn set aanpast aan het publiek van een groot popfestival kom je bedrogen uit. Naast de twee vorige hitjes verdiept de Duitser zich vooral in de diepe krochten der minimal techno. Om dan aan het einde toch af te sluiten met Dockyard, terwijl zijn signature klepel stilvalt in de achtergrond.

Hoogtepunt: Niet de hitjes maar de droge knallende beats zijn de hoogtepunten van deze set. Misschien is Kalkbrenner wel de act die dit festival dringend nodig heeft. Rechttoe, rechtaan knallen.

Opmerkelijk: Net zoals op Dour twee jaar geleden is het visueel niet erg indrukwekkend. We hebben het gevoel dat een klassieke dance-act zoals Paul Kalkbrenner net iets meer nodig heeft dan een led-screen met rudimentaire visuals.

Editors

“Zijn die gasten voor de modder aan het spelen, ofzo?”, klinkt het deze keer wel oneerbiedig vanuit het publiek tijdens Editors emosong No Sound But The Wind. Kwalitatief is er niet veel aan te merken op Tom Smith en de zijnen maar het vet lijkt toch wat van de soep. Het wordt allemaal wel clean gebracht - vooral Smokers Outside Hospital Doors dan - maar potten worden er niet meer gebroken door de afsluiter op de Main.

Hoogtepunt: Papillon steekt er met kop en schouders bovenuit. Misschien omdat de rest allemaal wat lauw aanvoelt. "Geef mij maar de Tiësto remix", klinkt er al even oneerbiedig naast ons. 

Opmerkelijk: Als laatste nummer Papillon lanceren is een goede zet om je publiek met een goed gevoel tentwaarts te laten keren. Waarom die verdomd trage Marching Orders dan nog als bisnummer wordt ingezet is iedereen een raadsel.

Niet elektronische concerten

Werchter heeft nood aan een vierde podium. Dat is heel duidelijk geworden bij een propvol concert van Bazart dat al van leer trekt om half twee (!). Het derde podium is niet genoeg om al dat volk te spreiden gezien het uurschema van KluB C en The Barn elkaar opvolgt. Het festival heeft dus op elk moment maar twee concerten om 80.000 man te verdelen. Ter vergelijking, een festival als Pukkelpop doet met quasi evenveel volk hetzelfde over een zestal concerten (op acht en sinds dit jaar tien podia). Misschien is een permanente dj-tent een idee om de pubers al weg te filteren?

Voor de artiesten die het festival op gang moeten trekken zijn die overvolle tenten alleen maar goed nieuws natuurlijk. De manier waarop heel de KluB radiohit Goud meezingt en op aantonen van Bazart een collectieve jumpsessie houdt is behoorlijk indrukwekkend. Een beetje U2, maar dan in ’t Vloms.

Minder bombastisch is de experimentele jazz van Badbadnotgood. Voor de meerwaardezoeker uiterst dansbaar, voor al de rest niet toegankelijk genoeg om te blijven staan. Wij zitten dit uniek luisterstuk net zoals op Pukkelpop twee jaar geleden volledig uit, voor alle duidelijkheid. Toch kunnen de saxofoonversies van Flying LotusPutty Boy Strut en Adeles Hello ons deze keer minder bekoren. Het Floating Points-gehalte druipt er gelukkig nog steeds van af om te resulteren in een geslaagd namiddagoptreden.

Wegens evidente redenen in The Barn - Tame Impala - pikken we slechts het eerste half uur van Red Hot Chili Peppers mee. Opvallend? Zowel troef Californication als joker Under The Bridge worden meteen uitgespeeld en zelfs die komen niet volledig overtuigend over, om maar te zwijgen van het recentere werk. Voor de boys uit California gewoon de zoveelste festivalshow op rij? Gokje.    

Bonus: “Doghouse”

Geen camping-afterparties op Werchter? Vergeet dat maar, de zogenoemde “Doghouse” - vanwaar komt die naam zelfs? - op Camping A1 zorgt elke festivaldag voor nachtelijk vertier en de deejays zijn blijkbaar fan van Jamie Jones’ versie van Hungry For The Power. Gelukkig maar! Verder besparen we je de details.

Coverfoto © Jason Asare / Joris Bulckens