Horst - dag 2: modder & magistrale Motor City Drum Ensemble

De tweede dag van Horst '17 brak aan, het terrein had op best veel plekken te lijden onder de modder en het legioen witte Reebok's kwam al iets minder wit voor de dag. Maar goed, de wolkmachine van Chaim Van Luit pufte vrolijk verder en het lijstje namen stemde ons met Motor City Drum Ensemble, Young Marco en Gilles Peterson opnieuw bijzonder goedgezind. Kon de puike eerste dag overtroffen worden?

We stapten alleszins met veel hoop richting Kornél Kovács. De Zweed, dikke maatjes met Axel Boman en qua houding erg gelijkend op Tiga, kreeg een schuifelend NewCastle voor zich in de vroege avond. Hij bracht er niet de versatiele house zoals op knappe langspeler The Bells, maar koos voor klinische tech house. Butch (Aerobic), S.W.A.T. (Rights Of Passage), DJ Koze, Aardvarck en het knotsgekke Raving I'm Raving van Shut Up And Dance passeerden op de tracklist. Fijne opwarmer, maar ook niet meer.

Op naar 'gezelligaard' Mehmet Aslan. De producer met Turkse roots stond er bij alsof ie de grootste tegenzin op aarde had op het Podium Pile Pavilion, wat voor een raar sfeertje zorgde. Gilles Peterson lurkte nog eens aan z'n sigaret en nam over. Hij zette de lijn van Oosterse beats aanvankelijk verder, maar verreikte de horizon richting trompetgeschal, salsa, jazzy sax en Afrikaanse gezangen. Daarbij vielen niet meteen heuse uitschieters te noteren, waardoor de nummers iets te vaak van hetzelfde laken een broek leken.

Net als Lefto een etmaal eerder smeet hij de boel echter om met pompende house en een toertje rondom de wereld. Melé (The Latin Track), Braziliaans carnaval met Facts van Wallwork, Gil Scott-Heron (The Bottle), Japanse soul, ... Het werd een stoofpotje dat bijzonder goed smaakte. De Brit duwde door met Hey Drum, de parel vanop Daphni z'n uitstekende fabric-compilatie, Mr. Oizo (!), wat breakbeat en een ode aan de pas overleden Steely Dan. Het leverde hem een oorverdovend fluitconcert als lofrede op.

Bij het vallen van de nacht werd opnieuw pijnlijk duidelijk hoe weinig de hele setting verlicht was. Op het Podium Pile Pavilion had je meer dan eens het gevoel op een nachtelijke bouwwerf verzeild geraakt te zijn, en ook het kasteel werd zonder spotlights simpelweg weggegomd uit het decor (kan nog een bewuste keuze zijn - maar toch). Samen met de wandelpaden die alsmaar slechter werden (al waren het lang nog geen Dour-taferelen) en het zeer lange wachten aan de half uitverkochte foodstand (rond 20u30) toch een werkpunt naar de volgende keer toe.

Vervolgens was het aan Romare. De Fransman bouwde z'n setup haastig op tijdens de DJ-set van Gilles Peterson en moest zonder soundcheck de wei in. Nu goed, daar was niets van te merken en Gilles deed het plezier terug: hij bleef het hele uur hangen en speelde zelfs enkele malen MC na het stroeve begin. Romare had namelijk veel tijd nodig om goed en wel warm te draaien, met een erg lange opbouw tot gevolg. Daarin liet hij iets te weinig de spierballen rollen, maar zacht pianogetokkel kreeg uiteindelijk iedereen wel aan het dansen.

Was zijn set iets te live? Was het te lang knutselen aan beats vooraleer ze in de loop te zwieren? De aanloopjes naar een nieuw, spannend element in de muziek stelden het publiek op de proef en dat er bovendien weinig herkenbare nummers vanop z'n albums in de set zaten, hielp niet. Toch lukte het Romare om iedereen overstag te krijgen. Live dub versies van Come Close To Me, All Nite en in het slot nog Je T'aime kregen iedereen aan het walsen. Eindelijk was er de schwung die iedereen verlangde!

De hemelsluizen zetten zich nog een keer wagenwijd open en dat gooide flink wat roet in het eten op de dansvloer bij Young Marco. De NewCastle-stage had meer volk op de stellingverdieping rondom staan dan op de planken vloer zelf. De Nederlander had wat moeite - dit was niet bepaald het grootste feest ooit - en draaide geen pleasers.

Gelukkig klaarde het op, liep de dansvloer opnieuw lekker vol en kreeg de technisch nonchalante noorderbuur met horten en stoten disco de boel alsnog op gang. Young Marco kon de grote verwachtingen helaas niet helemaal inlossen. Daar had de regen zeker iets mee te maken, maar z'n set evenzeer. We bleven ietwat onverschillig achter.

Dat had Motor City Drum Ensemble goed geobserveerd, want hij trok van bij aanvang meteen de kaart van zwierige disco. Op nog geen 10 minuten tijd wiebelde de stelling alle kanten uit van het dansvertier. Technisch vernuft, Thunderbolt (Love Is So Funny) en Jessie Rogers (One Monkey Don't Stop No Show) kregen moeiteloos alle heupen los. Ook Where's Jason's K van Syclops, dat een dag eerder de klus ook al klaarde bij San Soda, passeerde opnieuw de revue.

De funky headliner maakte z'n rol helemaal waar en diende als gedroomde afsluiter. Een hoog tempo van mixen, snufjes afro en toetsen jazz zorgden voor een volle sound die zinderde en alle armen in de lucht kreeg. Motor City Drum Ensemble stoomde verder op dit elan de nacht in. Grote meneer.

Horst '17 is ondanks het regenweer een editie om in te kaderen. Het concept waarbij kunst en muziek samenkomen klopt als een bus en met originele line-ups als deze onderscheidt een organisatie zich moeiteloos in een landschap waarbij diversiteit niet altijd de sterkste troef is. Een 'Tot volgend jaar!' was zelden zo gemeend.