Hotel Pro Forma en het Letse Radiokoor bedwelmen, maar doen soms gapen (21/11)

Op 21/11 passeerde Hotel Pro Forma (als je denkt dat je die gasten niet kent, klik je hier) met hun nieuwe voorstelling NeoArctic in het Hasseltse cultuurcentrum. Samen met het Letse Radiokoor brachten ze een indrukwekkende show die begon als betoverend maar net niet eindigde in slaapverwekkend.

De setting op zich was al vrij opvallend: het podium van de grote schouwburg was volledig gehuld in een gigantisch laken dat zowel de wanden als de vloer bedekte. Een spotlight ging aan en de Letse componist Krists Auznieks liep naar zijn plaats in die spotlight. Hij was de dirigent gedurende het hele stuk. Een taak die regelmatig aartsmoeilijk was (we hopen dat hij een metronoom in zijn oortje had, maar vrezen van niet). De gigantische projectie begon te spelen en toverde heel het podium (met behulp van het gigantische laken) om in een digitaal gegenereerd landschap van een vervuilde zee, waarvan enkel de drijvende cola- en fantaverpakkingen nog zichtbaar waren. Doorheen de performance nam het landschap verschillende vormen aan. Gaande van zandstormen tot modder en steen.

De 12 zangers van het Letse Radiokoor betraden het podium in post-apocalyptische afvalkledij en begonnen begeleid door Krists Auznieks en op de onmiskenbare beats van Andy Stott te zingen. De teksten zongen ze door elkaar heen als een hypnotiserende en maar al te vaak dissonante acapella. Tegelijkertijd werden de teksten (trouwens geschreven door Sjón, die ook wel eens voor Björk schrijft) bovenaan het podium geprojecteerd. Hierdoor kon het hele publiek volgen waar het nu precies over ging en kwam de boodschap duidelijker over. Deze boodschap was ook moeilijk mis te verstaan: we zijn onze planeet naar de klote aan het helpen. Hotel Pro Forma bracht deze boodschap wel op een bijzondere manier. Doorheen de voorstelling werd zowel de pracht van de natuur getoond als de negatieve aspecten van de vervuiling. 

Minpuntje: de 12 songs hadden weinig houvast en werden al snel eentonig. Een 13de song had er zeker niet mogen zijn. Natuurlijk was het doel niet om een dansbaar optreden te brengen, maar soms werd het wel erg moeilijk als luisteraar. Wel leuk was dat bij het voorlaatste nummer alle zangeres vooraan in lange gewaden gingen staan en fungeerde als extra videoscherm. Op iedere zanger werden vreemde levensvormen als axolotl's en inktvissen geprojecteerd, wat voor het nodige spektakel zorgde. Het was nog een enorme meerwaarde geweest indien Andy Stott himself erbij was geweest om het geheel live te begeleiden, maar we kunnen ons voorstellen dat die het druk genoeg heeft met andere dingen.