Disco dominant op preparty DGTL (30/03)

Het dondert en bliksemt op DGTL. Duizenden muziekliefhebbers worden in de scheepsloods - die opnieuw een heel weekend tot Generator gedoopt wordt - verwelkomt met Skyline. Een audiovisueel spektakel met tientallen stroboscopen dat de monden vanaf minuut één doen openvallen wanneer Nick Verstand en Scott Franka de installatie officieel inwijden met een speciale livesessie. Wel sneu voor de enkele securityman die heel de nacht lang onder die lampen moet blijven staan.

Snel de dansvloer op want onze Nederlandse vriend met de meest toepasselijke artiestennaam ooit hangt al over de knoppen. Nachtbraker legt op zijn dooie gemak enkele vinylpareltjes op en laat ze ook rustig uitspelen alvorens de overgang te maken. Zijn atmosferische housebeats evolueren richting iets strakkere nu-disco en hij kiest voor rasechte retrohouse van Zanzibar Chanel om een legende in te leiden.

Een legende in de vorm van Theo Parrish. De man lag in de jaren negentig mee aan de basis van de Detroit-housescene dankzij de invloed die hij in geboortestad Chicago meekreeg. DGTL programmeert een legende op haar preparty maar daar is op de dansvloer nog niet veel van te merken. De scheepsloods loopt opvallend moeizamer vol dan op vorige edities van het festival. Komende uit de underground waar hij jarenlang moest optreden in kelders en geopende garageboxen, trekt Theo zich daar weinig van aan.

In tegendeel, het eerste plaatje zwart goud dat hij oplegt is er één met een rustige piano-intro maar de man staat zelf al te springen op het podium. Wanneer de beat er eindelijk doorkomt, volgt het publiek snel. Ondertussen blijft Nachtbraker ook rustig op post en legt er af en toe nog een plaatje tussen, wellicht omdat er iets mis is met één van Theo’s pick-ups. Na een tiental minuten technische problemen, Fresh Prince of Bel-Air imitaties en een spontane back-to-back set tussen Nachtbraker en Parrish - wie kan dat zeggen? - blijkt de houselegende eindelijk zijn draai gevonden te hebben.

Twee uur later sluit Theo Parrish zijn set af die volledig in het teken staat van Disco Fever en bekraste vinyl. Ondertussen is ook Henrik Schwarz op het podium gekropen om zijn live set-up op te bouwen en kan hij enkele sexy heupbewegingen tijdens Theo zijn plaatjes niet langer onderdrukken. Schwarz doet er zelfs zijn uiterst steilvol sjaaltje voor uit, een unicum. Onder luid applaus treedt Parrish af, die nog heel de avond op het podium blijft dansen. Theo Parrish is zichtbaar de gelukkigste man op deze aardkloot.

Gedaan met de zwoele beats dan, want de Duitsers zijn Nederland opnieuw binnen gevallen. Naast Henrik staat nu ook Frank Wiedemann van Âme op het podium en samen slaan ze de technovlam in de pan met software en synthesizers. De subtiliteit van Wiedemann en de vettige sound van Schwarz doen het opvallend goed samen en de zachte mannenstemmen in canon geven duidelijk een toets Howling aan het geheel, Franks project met Ry X. Wat nog opvalt is het vaste recept in alle tracks. Een atmosferische intro wordt telkens onderbroken door 909-claps en een stomende technoclimax alsof elk nummer zich aan een vast recept moet houden zoals een aflevering van Baantjer. Maar goed, Schwarz en Wiedemann samen op een podium, het wérkt.

Minder voor de hand liggend is de combinatie tussen Hunee en Floating Points, die rug aan rug de preparty mogen afsluiten. Brit versus Duitser. Zeemzoet versus obscuur. Vreugdevol versus emotieloos. Op welk café die twee elkaar gevonden hebben, is nog steeds een raadsel, maar vreemd genoeg werkt hun combinatie aanstekelijk op de dansvloer. Toch moet het gezegd dat het vooral voor Hunee natuurlijk aanvoelt. De meester der funk en disco doet exact wat je van hem kan verwachten terwijl Floating Points zich duidelijk niet in zijn natuurlijke habitat van elektronische jazz bevindt. Hij kiest regelrecht voor de kaart der Britse house à la Maya Jane Coles en George FitzGerald. Niet naar de zin van Hunee, die alweer overneemt en het feest afsluit met een laatste portie disco.