Dour 2018 dag 3: wachten op Soulwax

De broertjes Dewaele kregen the Last Arena eindelijk aan het dansen

Op vrijdag was het aan BRNS (‘Brains’ uitgesproken) om La Petite Maison Dans La Prairie op te warmen. De Brusselse band stond in 2012, 2013 en 2015 al eerder op Dour, dus een nieuwkomer zijn ze niet op het festival. We verwachtten ons aan een energieke set, maar de wei was hier duidelijk nog te moe voor. In het begin was er nog opvallend veel ruimte rondom ons, maar naarmate hun show vorderde, sijpelden meer mensen de tent binnen. Al had de heerlijke schaduw en de tocht die door de tent werd geblazen er misschien ook wat mee te maken. Echt wakker schudden deed de elektropop van BRNS niet, maar het was wel heerlijk ontwaken voor de gemiddelde festivalganger die op blote voeten net uit zijn oververhitte tent gekropen kwam.

Om 17u15 werd AJ Tracey in de Boombox verwacht, maar die besliste op dat moment om een andere artiest het podium te zetten en zelf doodleuk een kwartier te laat te komen. Dit is dan ‘de hoop voor de UK Grime en Hip Hop scene’ volgens The Guardian… Toegegeven, zijn songs waren niet slecht. Ze brachten minstens een kwart van de zaal aan het dansen. Maar als dit nu dé grote hoop is voor de UK, dan hebben ze nog een lange weg te gaan.

Na deze toch wel kleine teleurstelling begaven we ons dan maar naar La Caverne, waar Forever Pavot al aan een psychedelische show begonnen was. Maar ook zij kregen met al het gitaargeweld van de wereld de zaal maar niet volledig aan het dansen. Hield Dour zich in voor vanavond? Aan hun performance zal het alvast niet gelegen hebben, al moet het gezegd worden: fans van elektronische muziek waren hier niet aan het juiste adres. Wél een aangename kennismaking.

Slowdive was naast die van alt-J (morgen op The Last Arena) één van de namen die vorig jaar nog op de affiche van Rock Werchter prijkte. Daar moesten ze het festival openen, maar op Dour kregen ze dit jaar een mooier tijdsslot. Kwart na acht, het moment waarop iedereen stilaan op de heilige weide te vinden is. Ze speelden een magische set, maar konden ons net niet genoeg overtuigen. Met die vorige zin wordt eigenlijk de hele vrijdagse vooravond samengevat. Nu wordt het uitkijken naar het elektronische geweld.

Met Soulwax kreeg Dour dan eindelijk waar het de hele dag al zo lang naar gesnakt had: een fantastische show hand in hand met nog betere muziek. De Dewaele broertjes openden meteen sterk met het bekendere Do You Want To Get Into Trouble? En de festivalgangers zeiden volmondig ‘Ja!’. De broertjes, begeleid door nog drie andere muzikanten, kregen de volledige Last Arena aan het dansen, iets wat niemand hen die dag al voordeed. Soulwax speelt elke keer weer een geweldige thuismatch, maar wat verwacht je dan ook met een supersterk album als From Deewee en ontelbare andere pareltjes op hun naam? Wij waren bij het bewonderen van deze ijzersterke show alvast heel erg trots dat deze geweldige muzikanten opgroeiden in hetzelfde kleine landje als wij. Na deze geweldige set was de toon voor de rest van de avond dan eindelijk gezet.

Liefhebbers van de betere house konden hierna terecht in La Petite Maison voor The Black Madonna, terwijl liefhebbers van de elektropop dan weer post hielden bij the Last Arena voor het concert van Mura Masa. Die laatste gooide in het begin van zijn set meteen alle hitjes in de strijd. Openen deed hij met het opzwepende Messy Love, Nuggets en 1 Night, maar toen Lotus Eater door de boxen van de weide gejaagd werd, ging het publiek pas helemaal uit zijn dak. Na een klein half uurtje waren de hitjes van deze Engelse DJ weliswaar opgebruikt en moest Mura Masa teruggrijpen naar iets minder bekende nummers. Niet slecht, maar misschien niet zo’n slimme opbouw van de setlist. Pas bij de laatste twee nummers, de radiohits Love$ick en Firefly, kreeg hij het publiek weer volledig mee.

Iedereen die even een iets intiemere danslocatie wou opzoeken tijdens Mura Masa kon terecht bij Kornél Kovács in Le Labo. Deze hippe jonge Zweed draaide een swingende house-set vol intrigerende melodiëen. Dat Kovács een melodieus gehoor heeft weten we al langer dankzij zijn debuutalbum, The Bells. Het publiek was opmerkelijk jong en niet erg talrijk. Iets waar we geen erg in hadden, want het overschot aan ruimte liet ons toe wat vrijer en groter te gaan met onze dansbewegingen. Good Luck (Butch Drum Tool) van Basement Jaxx, was één van die uitzinnig dansbare platen, alsook Make Me van Mark Broom. Kovács zijn techniek zat strak en het publiek danste de zweetdruppels in de ronde.

Dag twee presenteerde zichzelf als een geslaagd feest met heel wat hoogtepunten. In alle stilte zakten we weg van het strijdtoneel, recht onze slaapzak in om de batterijen weer op te laden voor dag vier.