Pukkelpopreview #4: Justice, Bonobo & Co.

Door Sander Bral 30 augustus 2018

Op het tweede hoofdpodium van Pukkelpop tekenen dit jaar twee elektronische grootheden present: Bonobo en Justice. Die laatste Franse electropunkband brengt exact dezelfde show naar Marquee als het vorig jaar deed op het hoofdpodium van Dour Festival. In tegenstelling tot de liveshow van Vitalic is het visueel spektakel van Justice wel immens genoeg om goed over te komen op een groot openluchtpodium maar in de tent der Marquee geeft het toch weer net dat tikkeltje meer. Ook, op Pukkelpop hoeft je je geen zorgen te maken over de geluidskwaliteit in tegenstelling tot eerder vernoemd festival aan de Franse grens.

Justice leeft tien jaar na de electrohype-feiten nog steeds door zijn goeie producties en indrukwekkende liveshow. De cheesy songs van laatste langspeler Woman worden live in een soort punkformatie gestopt alsof debuutalbum Cross nooit is weggeweest. De Fransmannen verweven ook heel het concert lang samples van publieksfavorieten als Phantom, D.A.N.C.E. en Never Be Alone doorheen hun set met zo’n finesse dat zelfs Daft Punk jaloers kan worden. Wanneer het enorm explosieve Phantom pt. II dan toch integraal wordt gespeeld met de geweldige intro van Chorus aansluitend, kennen we meteen het hoogtepunt van de set. Punk op het hoogste niveau en nog aardig om naar te kijken ook.

Twee dagen eerder is het de eer aan Bonobo en zijn liveband om Marquee af te sluiten. Simon Green zelf bedient de knoppen in het midden van het podium en neemt voor Cirrus zelfs even de gitaar in de hand. Hij wordt permanent bijgestaan door zijn drie maatjes op percussie, keys en synthesizers. Alsof er nog niet genoeg volk op het podium staat, passeert er af en toe nog iemand met de trombone, dwarsfluit en basgitaar. Voor de echte songs fladdert vaste zangeres Szjerdene uiteraard op het podium voor de vocals. Écht live.

Muzikaal toert Bonobo nog steeds met langspeler Migration van vorig jaar met de titelsong als intro maar ook Surface, No Reason, Ontario, Bambro Koyo Ganda en Break Apart als mooiste song. De recentste publieksfavoriet Kerala maakt het plaatje compleet en het meeslepende instrumentele intermezzo na Outlier alsof Caribou op het podium staat, moet het hoogtepunt van dit concert zijn. Naast Cirrus en de intussen klassiek geworden Migration-pareltjes werpt Bonobo er nog een échte classic tussen van het album waarmee hij bekend is geworden, Black Sands Kiara uit 2010. De drummer werpt na afloop zijn papieren setlist het publiek in voor degenen die niet goed hebben opgelet.

Al andere concerten die de Fuzz-redactie afschuimt zijn weinig of helemaal niet elektronisch te noemen, maar zijn wel een korte bloemlezing waard. In Marquee zijn dat Jef Neve, Thunderpussy, Death From Above, Steak Number Eight en Amenra.

Het allereerste concert van het festival in Marquee is misschien wel ineens het beste. Het vijfkoppig orkest achter Jef Neve - met onder andere de zes blazers van The Crossbones - brengt eigen werk van Neve, de meest intensieve uitvoering van Vivaldi’s seizoentjes en zowaar de Game of Thrones-titelsong van Ramin Djawadi. Pure klasse en een genot om mee te volgen.

Twee dikke duimen voor de grootste knal van het festival die Steak Number Eight heet. Frontman Brent Vanneste kruipt weer in zijn typische chaotische alles-moet-kapot rol, spuugt tot tweemaal toe in zijn eigen bek en steekt het podium letterlijk in brand. Klare zot.

Thunderpussy zijn matig rockende meiden, Death From Above is een soort next level Black Box Revelation met grappige bindteksten en Amenra is een demonisch spel dat zowaar beter klinkt op cassette dan in het echt.

Met uitzondering van het jolijtig volksfeest met een overvloed aan stout bij Flogging Molly laten de artiesten op het hoofdpodium van Pukkelpop nogal de wensen over. Superster Kendrick Lamar lokt meer volk naar Main Stage dan Metallica in 2008 en heel veel volk begint zich na een kwartier concert af te vragen waarom precies. Er wordt nauwelijks gefeest op middelmatige hiphop die live nog geen greintje tot zijn recht komt. De teleurstelling van Rihanna in 2016 is niks vergeleken met deze klucht.

Dan doet die andere Amerikaanse popster het de dag voordien veel beter op het grootste podium. Pharrel Williams is een showman met gouden tanden en Trump-kritiek die het grootste deel van het publiek niet begrepen heeft. Hij maakt er met zijn N.E.R.D-hits tenminste nog een feestje van. Nog op Main Stage passeren we een niet vernoemenswaardige Rag’n’Bone Man en een semimislukte Papa Roach-comeback met Amerikaans sentiment als rode draad. Werkt niet aan deze kant van de plas, jongen.

Waar Pukkelpop opnieuw in slaat is de magische wisseltruc op het hoofdpodium. Na het afzeggen van headliner Travis Scott - wie? - tovert Pukkelpop zowaar Charlotte de Witte uit zijn toverhoed. Een matige en immens populaire hiphopshow vervangen door een al dan niet matige en immens populaire technoshow. Als je Neil Young kan vervangen door Major Lazer, is alles gepermiteerd, zeker?

Nog niet-elektronisch jolijt is de voorzichtige rockabilly van JD McPherson in Club en het steeds uitstekende Whispering Sons in Lift met frontvrouw Fenne Kuppens die melancholische boosheid uitademt en tijdens de climax ontspoort in helse woede. Geef deze band een groter podium, aub.

De laatste non-electro-jammers op ons programma staan in Castello en Club. De trage newwave slash postpunk van Tin Fingers werkt zeer goed zo vroeg in de ochtend en de melancholische Fleetwood Mac-cover bevestigt de kwaliteit van dit concert. Twee dagen later is het dan weer immens genieten van GoGo Penguin die het oor streelt met een uurtje intieme nu-jazz.

De muziek op Pukkelpop is zoals steeds bijzonder goed en elke tent of podium - met uitzondering van Booth - neigt naar technische perfectie. Ook op het terrein zien we vooruitgang met de nieuwe houten boulevard en de vele open ruimtes. We zien Camping Chill in één jaar tijd ook wel 25 euro duurder worden terwijl het comfort daar in de afgelopen tien jaar niet omhoog is gegaan. Gebrek aan signalisatie, verstopte toiletten op verschillende plaatsen, miscommunicatie achter de schermen en het lokale datanetwerk dat het verbruik niet kan dragen zijn dan weer schoonheidsfoutjes die echt wel gemakkelijk te voorzien zijn voor een organisatie als Pukkelpop.

Tot de noste.

Coverfoto Justice

Lees ook...