2016 is het jaar van lo-fi house

2016 is het jaar van lo-fi house

Lo-fi house. De meer toegewijde muziekliefhebbers hebben zeker de naam al horen vallen. En er is er al veel over gesproken en geschreven, zowel positief als negatief. Maar wat is het precies? En waar kunnen we het ontstaan terugvinden?

Om het simpel te houden staat lo-fi voor lage kwaliteit. Hiermee wordt dan puur de technische kant bedoeld en is het geen kwalificatie voor de muziek zelf. De term is een afkorting voor low fidelity, wat betekent dat de muziek gemaakt wordt in een lagere kwaliteit dan wat de hedendaagse technische mogelijkheden toestaat. Lo-fi house wordt overigens ook gekenmerkt door vrij eenvoudige melodieën en drumpatronen.

De sound zelf van lo-fi wordt over het algemeen als ruw en "verstoord" beschreven. Het gladde en fijn gepolijste geluid dat we kennen van de doordeweekse housetrack vinden we niet terug binnen dit genre. Terwijl andere houseproducers trachten te vernieuwen met complexe melodieën en ingewikkeld sound-design, gaan lo-fi producers terug naar de vrij simpele geluidspatronen.

Het ontstond in de zogenaamde DIY-stroming of languit Do-It-Yourself, waarbij producers het volledige proces van producen zelf in willen doorlopen en zich zo weinig mogelijk proberen te beroepen op presets, samples of moderne standaarden om muziek te maken. Zo zien we verschillende producers in het genre zoals J. Albert hun geluid opnemen op casettetapes en verouderde analoge toestellen gebruiken. Over het algemeen worden de releases van lo-fi houseproducers ook onder eigen beheer uitgebracht of op eigen gerunde platenlabels.

Het subgenre bestaat ondertussen al lange tijd maar pas dit jaar wist lo-fi house echt de clubwereld te veroveren, mede door de toename van het aantal producers. Maar ook de steeds negatievere kritiek uit de house scene heeft zijn aandeel in de aandacht die lo-fi house kreeg. Veel andere artiesten vinden het genre ondermaats en vinden lo-fi producers lui omdat hun creaties goedkoop klinken. Daarbij komt dat de meeste releases iets cartoonesk hebben. Is het geen meme-achtige artwork of inspiratieloze artiestennaam, dan is het een contextloze sample in een nummer zelf zoals deze Winona van DJ Boring. 

Ook vooraanstaande media wisten reeds kritiek te uiten op het genre, zoals dit kritisch artikel die begin deze maand verscheen op de website van Fact Mag. Met de titel "Has underground house finally run out of ideas?" is het al duidelijk hoe ze zich opstellen tegenover het genre.

Maar toch zit er meer achter dit relatief nieuw subgenre dan enkel een goedkope sound en simpele artworks. Verschillende producers vinden dat house de laatste jaren te serieus en "wetenschappelijk" geworden is. De technische kwaliteit van de muziek kwam op de voorgrond te staan maar inhoudelijk bleek er weinig te veranderen. Lo-fi probeert zichzelf opnieuw gemoedelijker te maken door grappige accenten toe te voegen, minder belang te hechten aan het geluidtechnische en vooral te experimenteren met de soms weinig authentieke middelen die ze hebben zoals oude drummachines of analoge synthesizers.

De vraag is of dit subgenre nu echt minderwaardig is door de indruk dat er veel minder tijd in werd gestoken. Het feit dat lo-fi zijn weg gevonden heeft naar het toch wel meer mainstream publiek betekent voor ons dat het genre zeker wel iets te bieden heeft. Het publiek kan de luchtige en simpele sound duidelijk wel smaken, en onder ons gezegd en gezwegen: er zitten echt wel pareltjes van nummers tussen, zoals deze U van DJ Seinfeld.

Of 2017 de volledige doorbraak zal betekenen voor lo-fi of net het einde van een opflakkering, zullen we nog moeten afwachten. Maar de huidige trends en het steeds meer opduiken van lo-fi nummers in verschillende dj-sets de laatste maanden kan een voorteken zijn dat het genre verder zal integreren in de mainstream.

Hieronder kunnen jullie alvast enkele van de populairste lo-fi housenummers  van dit jaar beluisteren.

Artiesten in dit artikel