Interview: Jozef Devillé (The Sound of Belgium)

Interview: Jozef Devillé (The Sound of Belgium)

Komende zaterdag gaat de muziekdocumentaire The Sound of Belgium van Jozef Devillé in première op het Filmfestival Gent. Daarin gaat de Brusselse regisseur op zoek naar het verhaal achter new beat. Een elektronisch muziekgenre dat vanuit België razendsnel de ganse wereld veroverde. Samen met de filmmaker kijken we nu eens naar wat er net in deze docu aan bod zal komen, waar de huidige discotheken vandaan komen en waarom het net zo moeilijk is om een muziekdocumentaire te maken. Zo is er maar liefst zes jaar aan dit project gewerkt.

FUZZ - Dag Jozef. Als relatief jonge regisseur een documentaire maken over het verhaal van new beat, een vorm van elektronische muziek. Hoe ben je op dat idee gekomen?

Jozef Devillé: Wel ik ben gepassioneerd door muziek in het algemeen. Sinds mijn veertiende woon ik in Brussel en daar ben ik gaandeweg vinyl beginnen kopen, vooral op rommelmarkten. Natuurlijk waren er in die tijd al veel mensen die naar vinyl zochten maar dat waren dan vooral jazz- en funkliefhebbers en de aanhangers van klassieke muziek. De disco- en technoplaten werden echter gedumpt, dus ik kon die dan kopen voor een appel en een ei. Soms kocht ik 200 platen in één keer en dan moest ik met mijn fiets heel wat heen en weer gaan.

Ik ken new beat dus uit mijn jeugd, vooral van op school, want ik was toen nog te jong om uit te gaan. En vooral de commerciële kant van new beat, zoals The Confetti’s en Frank Dingenen die het genre omhelsden. Ik zag dan ook veel docu’s over Detroit techno, Duitse en Franse stijl van elektronische muziek. Maar hier bij ons is er nooit iets gedaan rond new beat. Daarom dacht ik dat het interessant was om er iets over te doen. Twee jaar nadat ik afgestudeerd was vond ik dat de tijd rijp was.

Ondertussen is het al zes jaar geleden dat ik aan dit project begonnen ben, maar ik ben er wel continu mee bezig geweest. Omdat er nog nooit iets was over geschreven, ben ik zelf met producers en dj’s van uit die tijd gaan praten. Ik heb wel gemerkt dat het een voordeel is dat ik die tijd niet zelf echt heb meegemaakt in discotheken. Want mensen die er wel echt in zaten kunnen moeilijk afstand houden van die muziek, dan verlies je dus het overzicht.

FUZZ - En ben je zelf dan nu ook nog bezig met elektronische muziek, buiten je docu?

JD: Ik ben platenverzamelaar en in feite ook dj, maar dat doe ik niet meer veel. Tegenwoordig wonen er op elke straat wel twee dj’s dus je moet ontzettend hard knokken om jezelf verkocht te krijgen. Ik ben daar niet zo goed in. Ik produce ook zelf muziek, al is dat meer een hobby.

Samen met een kameraad heb ik een project genaamd De Klootzakken. We gaan nu terug herbeginnen, een paar nummers opnemen. Het is meer elektronische popmuziek met Nederlandstalige teksten. In 2004 hebben we al eens een klein cd’tje gemaakt met bijhorende videoclip:

FUZZ - In The Sound Of Belgium behandel je de Belgische dancemuziek vanaf het vroegste ontstaan. Dekt elektronische muziek dan de inhoud van de film of vind je dat het nog breder gaat?

JD: Het gaat breder, ik ben met mijn research vertrokken vanuit new beat. Ik wist dat new beat niet lang heeft bestaan, in feite zit er maar twee jaar tussen de geboorte en de dood van new beat. Er was wel een heel mooi artikel in P-Magazine ‘De Dood van New Beat’. De auteur van dat artikel is Wim Swinnen, die ik dan ook zelf ben gaan opzoeken.

Maar ik ben dan ook verder gegaan. New beat was iets typisch Belgisch en dat heeft hier echt wel gewerkt. Het was ook een genre waar geen muzikanten aan te pas kwamen, maar het werd beleefd op de dansvloer via een dj. Dan ben ik ook nog een stuk terug in de geschiedenis gegaan. Zo kom je bij een genre gehad dat popcorn heet.

De origine van new beat komt overeen met die van popcorn. Het zijn de echte eerste dj’s in de jaren zeventig geweest die op zoek gingen naar obscure muziek en voor hun publiek de beste muziek uitzochten. Het milieu van popcorn bracht de eerste echte dj’s met zich mee. 'Echt' want zij trokken naar Engeland om plaatjes te zoeken en erna zelfs naar de States omdat ze hier niets vonden.

Het waren die dj’s die hun muziek ook vertraagden, in functie van de dansvloer. De dansen die erop werden gedaan, konden maar gebeuren op een bepaald ritme. Daarom vertraagden of versnelden die dj’s hun platen. Bij new beat was dat hetzelfde. Er waren een paar dj’s midden jaren 80 die het beu waren om de gekende pophitjes te spelen en die zijn dan meer gaan zoeken naar obscure muziek. Daaruit is new beat ontstaan.

Je kon dan terecht in Ancienne Belgique in Antwerpen, Mirano in Brussel, Carrera in Destelbergen of Skyline in de buurt van Moeskroen. Daar vond je toen allemaal dj’s die meer obscure muziek speelden, zoals new wave. Zij vertraagden ook al veel platen. Zo zijn er bepaalde nummers die meer succes hadden in de vertraagde versie dan in de normale versie.

Het meest gekende voorbeeld is Flesh Split Second, wat totaal geen succes had in zijn normale snelheid maar eens vertraagd had het wel succes. Iedereen kon er dan op dansen. Labelbaas Maurice Engelen merkte dat succes al gauw op. Zijn geniale commerciële geest heeft dan ingefluisterd om die plaat opnieuw uit te brengen maar dan in de vertraagde versie. Dat is dan zowat de geboorte van new beat geweest.

FUZZ - Hoe ben je aan je research voor de film begonnen? Heb je enkel geput uit je eigen kennis of heb je daarbij hulp gekregen?

JD: Ik heb ook gewerkt in een platenwinkel te Brussel. Daar kwamen heel wat dj’s over de vloer natuurlijk en viavia kom je dan met de juiste personen in contact. Zo ben ik dan terecht gekomen bij Eric Beysens, resident Bocaccio, die heeft me dan weer andere contactgegevens bezorgd.

Nadien ben ik dan met journalist Wim Sminnen gaan babbelen. Hij werkte onder andere voor Panorama en P-Magazine. Hij heeft al zijn artikels, collages en mapjes erover doorgegeven zodat ik dat kon bekijken en bestuderen. Je praat met één iemand die dan weer iemand anders aanhaalt en dan gaat de bal weer aan het rollen.

FUZZ - Van Rocco Granata tot CJ Bolland en van het carnaval van Binch tot de new beat: er komen wel heel wat verschillende personen en muziekgenres aan bod in TSOB. Wie of wat vond je zelf het meest interessant om te documenteren?

JD: Een van de interviews die ik het leukste vond was met Lou Deprijck, een muzikaal genie. Er is zelfs een Belpopaflevering van hem gemaakt. Hij was de man achter de groep 2 Man Sound, daarmee heeft hij muziek gemaakt die ik best kan omschrijven als een mix van disco en samba. Daar heeft hij gewoon Zuid-Amerika mee veroverd.

Diezelfde man zit ook achter de hit Ça Plane Pour Moi van Plastic Bertrand. Hij heeft dat geschreven en gezongen. Zo zijn er vier albums van zijn hand met dan Plastic Bertrand erop geplakt omdat hij een jong figuur was en dat verkocht nu eenmaal beter. Deprijck zelf is wel het commerciële genie daarachter geweest. Hij heeft de punk genomen, een genre dat eigenlijk revolteert tegen de commercie, en zo het grootste commerciële punknummer ter wereld gemaakt. Dezelfde man die latinomuziek gemaakt heeft en daar eveneens de wereld mee veroverd heeft.

Deprijck moest wel zijn mond houden over de waarheid achter Plastic Bertrand, want anders zou het niet meer verkopen. Hij is daar wel goed voor betaald geweest. Met dat geld is hij dan naar Jamaica getrokken en heeft hij aan Bob Marley en zijn groep The Wailers gevraagd om de studio in te duiken op zijn kosten. Deprijck heeft erna ook nog new beat gemaakt dus ook daar is hij relevant. Al waren niet al die nummers een groot succes.

Hieronder kan je een videoclip bekijken waar Lou Deprijck als 2 Man Sound te zien is. Hijzelf staat op een dak in Rio met een zwembad en heel wat schaars geklede vrouwen. Iets wat alle artiesten uit het r&b-genre nu doen, deed hij dus al in de jaren tachtig.

FUZZ - Je spreekt op je website bij de korte inhoud van de film over ‘dance halls with decap organs’, kan je eens aan de ietwat jongere lezers uitleggen wat dat net is en wat het met ons uitgaansleven heeft te maken?

JD: Mijn generatie en de nog wat ouderen kennen dat ook niet hoor. Het zijn dus grote orgels die vroeger in cafés stonden. Ik ben naar de moederbedrijven Decap Antwerpen & Herentals getrokken om eens te gaan kijken naar zo'n orgels. Ze hebben die daar voor mij aangezet en je wordt gewoon weggeblazen door de sound. Dat is echt ongelofelijk, daar komt een bas uit die je je niet kan voorstellen.

De reden waarom die orgels zoveel succes hadden was omdat er in de jaren 20 niet veel uitgaansmogelijkheden waren. Op de kermis misschien na, daar kon je je jaarlijks eens uitleven. Daar hoorde dan ook een spiegeltent en orgel bij. Je kon dus ofwel gaan dansen op muziek van een band of op die van een orgel. Zo’n orgels hadden het voordeel dat ze nooit moe werden. Daar kwam dan zo een immens geluid uit dat het meteen de ganse tent vulde. Je had toen wel platenspelers natuurlijk, maar als daar 20 man rond stond hoorde je er niets meer van.

Dat was dus in de jaren twintig en in de jaren zestig zijn er heel veel wegenwerken gebeurd en dan zijn er veel cafés langs de grote nationale steenwegen gekomen. Die cafés hadden meestal ook zo’n dansorgel. Trouwens dat is niet gewoon een orgel. In zo'n orgel zijn allerlei instrumenten verwerkt zoals een saxofoon, drumstel en accordeons.

Ken je Zandhoven? (redacteur kijkt verbaasd). Awel ja, nu ligt dat dus in the middle of nowhere maar vroeger lag dat vrij centraal omdat er toen nog geen autosnelwegen waren. Daar waren dus zeven van dergelijke baancafés en dan spreek ik van grote zalen waar zo’n vijfhonderd tot duizend man in konden. In de weekends waren die allemaal open en zaten ze allemaal gewoon stampens vol. En dat dus op muziek van orgels zoals je hieronder eentje op foto kan zien. Die baancafés zijn de voorlopers van onze huidige discotheken.

Als je kijkt naar andere landen, waar bevinden de grote discotheken zich? In Frankrijk is dat Parijs, in Engeland is dat Londen. Bij ons dus niet, waar lag de Bocaccio? In Destelbergen, toch niet meteen een grote stad. Zo zijn er nog veel Belgische voorbeelden. Belgische clubs lagen vrij afgelegen en het was de gewoonte om daar met de auto naartoe te gaan of met bussen. In de jaren zestig was dat niets anders dan een eerste vorm van toerisme. 

  

Trouwens in Decap Herentals maken ze die orgels nog altijd. Ze zijn daar erg inventief bezig, de orgels worden op een totaal nieuwe manier vervaardigd. Ze zien er misschien zo mooi uit maar de technologie is onvoorstelbaar. Die mastodonten van orgels zijn nu volledig midicontroleerbaar. Hier in Brussel heeft Walter Hus, een componist, zo’n nieuw orgel in bruikleen en hij kan dat bedienen via Logic en zijn master keyboard. Wat hij daar uit krijgt is ongelofelijk. Hij heeft muziek op dat orgel gemaakt voor mijn film. Het resultaat was verschrikkelijk mooi.

Er is een baancafé waar ik gefilmd heb met een orgel in en dat ligt in Postel (bij Mol). Dat is letterlijk op 50 meter van de Nederlandse grens en daar staan twee baancafés recht tegen elkaar. De parking stond gewoon vol met wagens van Nederlanders. Ze zijn dus nog niet overal uitgeroeid. De orgels worden wel niet meer veel aangezet omdat de mensen die erop zouden dansen zijn voor een groot deel overleden.

In Rijkevorsel is er nog zo’n spiegeltent. Vijf jaar geleden ben ik voor mijn research daar geweest en toen stond het orgel nog continu aan. Je zag daar mensen van tachtig en negentig jaar nog trappist drinken. Vorig jaar wou ik dan teruggaan om te filmen met een betere camera. Toen kreeg ik de boodschap dat het orgel niet meer werd aangezet omdat het publiek ervoor allemaal gestorven was.

FUZZ - Je hebt kosten noch moeite gespaard om deze geschiedenis bijeen te krijgen. Een trailer van je project staat al twee jaar online, maar blijkbaar was je er al veel langer mee bezig. Hoeveel tijd heb je in totaal besteed aan het maken van de volledige film?

JD: Tja, ik heb daar geen echte cijfers over. Ik ben nu na zes jaar nog altijd bezig met de film, momenteel (red. eind vorige week) wacht ik op de laatste beelden van de VRT. Als ik me goed herinner komen er 26 of 27 verschillende personen aan bod in de film. Er zijn ook een paar mensen die ik geïnterviewd heb die niet in de film zijn opgenomen. Dat vond ik enorm spijtig, maar ik heb keuzes moeten maken en dat heeft me ook veel tijd gekost. Ik ben op zoek gegaan naar een goed verhaal en soms heb ik dan hartverscheurende beslissingen moeten maken. Hieronder zie je één van de toffe interviews afgenomen voor deze docu:

FUZZ - De film zal bestaan uit heel wat archiefmateriaal en muziek logischerwijs. Dat blijkt geen geschenk te zijn voor de boekhouding?

JD: Als je weet dat we 130 nummers gebruiken in de film, dan kom je al gauw aan een bedrag van vijf cijfertjes in euro’s. Sommige artiesten, producers en labels proberen soepel te zijn. Dat vind ik dan ook fantastisch. Er zijn bedrijven die begrijpen dat het een documentaire is en dat het sowieso al moeilijk zal zijn om uit de kosten te geraken en zij pitsen dan iets van de prijs af. Dan krijg ik het tegen 100 of 150 euro per nummer, wat dus voor hen laag is maar voor mij niet.

Dat is geschetst wat de prijs voor de muziek is, maar er zijn ook nog de archiefbeelden. Wat ook een zeer opmerkelijk verhaal is. We willen nu de rechten wereldwijd voor vijf jaar kopen. Die prijzen voor archiefbeelden zijn hallucinant hoog. Het gaat om duizenden euro’s per aangesneden minuut. Die minuut wordt trouwens ruim opgevat. Als je tien seconden gebruikt dan wordt dit afgerond naar een minuut. En moet je dus die ganse minuut betalen. In totaal kom je dan al aan een bedrag van zes cijfers voor de muziek en beelden.

Tenslotte voor de duidelijkheid, zowel mijn producent Visualantics als ikzelf werken gratis aan deze film. We zijn van plan als er inkomsten zijn achteraf, deze eerst door te betalen aan de rechthebbenden. Maar het blijft een spijtige zaak, had ik deze film opgenomen in Amerika dan had ik niets moeten betalen. Daar hebben ze het concept Fair Use. Als je daar iets nodig hebt voor een verhaal dan moet je er niet voor betalen, je hoeft er zelfs geen toestemming voor te vragen. Ik kan alleen maar concluderen dat het Belgisch systeem, maar vooral het Europees systeem op dat vlak achterloopt.

Deze documentaire kan niet verteld worden zonder gebruik te maken van massa’s muziek en archiefbeelden. De prijs die je daarvoor moet ophoesten kunnen weinig tot geen productiehuizen betalen. Het gevolg is dat filmmakers en producenten niet beginnen aan een dergelijke film of documentaire. Je kan het een indirecte vorm van censuur noemen. Beperking van vrije meningsuiting omdat het gewoon te duur is. Dat zou nooit mogen.

FUZZ – We maken zelf hierbij de opmerking dat de openbare oproep beelden maakt met het belastinggeld van elke Belg. Onze redactie vraagt zich af waarom Belgische producenten en filmmakers dergelijke hoge bedragen moeten betalen als ze dat archiefmateriaal willen hergebruiken. We begrijpen dat de openbare omroep zelf ook kosten heeft achteraf, maar dat kan deze hoge bedragen niet verantwoorden. Op deze manier worden creatievelingen geremd in hun enthousiasme om (muziek)documentaires te maken.

Ons magazine steunt deze documentaire financieel door een credit aan te kopen. Wij hopen van harte dat de muziekliefhebbers tussen onze lezers dat ook doen. Je hebt keuze tussen een bijdrage van 10 euro, dan verschijn je enkel in de aftiteling van de film, of een bijdrage van 30 euro, dan mag je naar de avant-première en naar de after-party in Decadance op 19 oktober (Kinepolis Gent). Geïnteresseerden kunnen terecht op de website van de documentaire.