Interview: Pete Howl

Interview: Pete Howl

King Of The Afterparty of Marathon Man, het zijn maar enkele van zijn ronkende bijnamen die Pete Howl doorheen de jaren verwief. Als ongekroonde nachtkoning en booker van Decadance heeft hij dan ook al heel wat jaren ervaring op de teller staan en heeft hij heel wat interessants te vertellen over de technowereld. We zochten hem thuis op in Gent voor een interview! 

Na de hartelijke ontvangst door Pieter - zoals Pete Howl door het dagelijkse leven gaat -, viel meteen de uitgebreide vinylcollectie op. Zoals het een echte vinyllover betuigt, legde Pieter eerst en vooral een plaatje op, het werd Fatima Yamaha's album Imaginary Lines. Daarna volgde een gezellige babbel over Decadance, all nighters en de evolutie en toekomst van techno onder het toeziend oog van zijn drie katten!

Coverfoto: © Gillian Gurny / Wir Tanzen / Decadance

FUZZ – Komend weekend staat de seizoensopening van Decadance op het programma. Waaraan mag het publiek zich verwachten?

P: Voor de opening ben ik best trots dat we Bjarki konden strikken. De Ijslandse producer heeft ondertussen bewezen dat hij veel meer is dan de kerel die met I Wanna Go Bang een technohit scoorde. Hij zal er een live set brengen. Deniro, de Nederlandse telg van Nina Kraviz haar Trip-familie waar ook Bjarki lid van is, staat eveneens op het programma. Daarnaast wordt de muziek verzorgd door de Decadance-residents.

FUZZ – Hoe kwam je eigenlijk in Decadance terecht?

P: Voor mij is alles in 2006 begonnen dankzij een mixtape die ik maakte voor de Laundry Day dj-contest. Die tape had ik toen wat verspreid onder vrienden en via via is die bij Maxim Lany terecht gekomen. Hij was in die periode resident in Decadance en bood me een maandelijkse spot aan op zijn concept You Lucky Bitch. Na het eerste seizoen was ook Bart (De Kegel, red.) overtuigd en vroeg hij me als resident het Decadance-team te vervoegen. Zo ging de bal aan het rollen.

FUZZ – Je staat vooral gekend in Gent als King Of The Afterparty, draaide je reeds van in het begin vaak de latere slots van een event?

P: Nee, integendeel. Tijdens mijn eerste jaar als resident verzorgde ik bijna altijd de warm-up, een periode waaruit ik enorm veel uit geleerd heb. Een publiek opwarmen is een kunst apart en het is vooral belangrijk de dj na je in perfecte stelling te brengen zodat die vlot kan overnemen. Uiteindelijk vond ik Decadance openen ook echt plezant. Een feest vanaf nul op gang trekken en het publiek proberen te laten dansen, het is niet iedereen gegeven.

Het daaropvolgende jaar begon ik ook af en toe peaktime sets te spelen van pakweg 2u tot 4u en vanaf jaargang drie werden de laatste tijdslots vaker mijn vaste stekje. Ondertussen draai ik dus een jaar of zeven vaak als afsluiter en vooral de laatste jaren ben ik nog meer naar de richting van afterparty’s toegegroeid.

Vooral de closings na een Kozzmozz-avond zijn legendarisch. Je ziet de zaal vanaf 6u ’s morgens volstromen en de mensen zijn nog steeds uitgelaten na een avondje knallen in de Vooruit. Je krijgt zo een heel enthousiast publiek voorgeschoteld waarmee je heel wat richtingen uitkan.

FUZZ – Waarin verschilt een goeie closing van een peaktime-set?

P: De mensen zijn – normaal – al helemaal opgewarmd en in de perfecte stemming om te feesten. Het belangrijkste is de vibe die de dj voor je speelde te traceren en op het publieksgevoel in te spelen. Meestal pik ik dus in met platen die perfect aansluiten bij de set van mijn voorganger en brei ik er vervolgens mijn eigen verhaal aan. Meestal zijn de afsluitende sets – zeker in Decadance – ook echt lange sets die meerdere uren duren. Zo kan je nog veel meer dan in een peaktime-set een verhaal creëren en je eigen pad bewandelen.

FUZZ – Decadance staat gekend voor zijn lange afterparty’s die soms tot na de middag duren. Hoe houd je zoiets vol als dj?

P: Zorgen dat je uitgerust aan het weekend begint en voldoende eten! Als de deuren sluiten en de club volledig opgekuist is, drinken we eerst nog iets aan de toog met het barpersoneel waarna we nog samen iets gaan eten. Meestal ben ik dan in de late namiddag of naar de avond toe thuis.

FUZZ – Kan je dan meteen de slaap vatten na een volledige nacht technogedreun?

P: Ik kruip meestal niet direct onder de wol als ik thuis kom. Eerst wil ik nog wat tot rust komen met een vinylplaatje.

FUZZ – Welke platen leg je zo dan op?

P: Vaak luister ik dan naar een streepje ambient of wat chille muziek. Zo is Blackest Ever Black op dit moment wellicht mijn favoriete label net als Modern Love, Warp en Dekmantel. Andy Stott bijvoorbeeld kan ik altijd appreciëren op zo’n moment, net als Vakula’s recentste Cyclicality Between Procyon And Gomeisa-album dat is uitgebracht op Dekmantel.

FUZZ – Naast dj’en heb je ook nog een vaste job. Is dit combineerbaar met het nachtleven?

P: In mijn geval wel. Ik werk als bediende 3/5. Elke maandag en vrijdag ben ik thuis en op die manier valt het voor mij dus perfect te combineren. Maandag gebruik ik vooral als rustdag, vrijdag bereid ik het ganse weekend voor.

FUZZ – Op vrijdag hoef je dan niet enkel je dj-sets voor te bereiden, maar ook de algemene weekendplanning en bookings in Decadance. Hoe zit dat juist?

P: Dit jaar is het het vierde seizoen dat ik het volledige weekendprogramma mee bepaal. Dit houdt concreet in dat ik bijna alle artiesten boek die in het weekend in Decadance spelen, of dat de bookings met mij besproken worden. Verder beslis ik ook mee welke concepten een avond kunnen hosten.

In al die jaren heb ik ondertussen al heel wat eigen concepten op de teller staan die ik heb uitgewerkt om de avonden in te vullen. Mijn langstlopende concept is Kiss Kiss Bang Bang, waarmee we voor de volgende editie op 2 september Gary Beck opnieuw verwelkomen. Tijgerkracht is dan weer een houseconcept. KRSP mikt op de meer intelligente en niet alledaagse techno. Verder heb je nog concepten als Absurd en Inslag en binnenkort volgt ook de 12e editie van Howl’s Treat en dan vergeet ik er wellicht nog enkele.

FUZZ – Howl’s Treat is het concept waarop je zelf de hele nacht invult met een all nighter. Hoe lang duurt zo’n set dan en hoe bereid je je voor op zoiets?

P: Dat klopt, meestal draai ik dan een set die 11 à 12 uur duurt. Een specifieke voorbereiding voor een all nighter heb ik niet echt. Eigenlijk is het dagelijks zoeken naar nieuwe muziek de voorbereiding die je het volledige jaar dag in dag uit doet. Het grootste verschil is dat ik tijdens een all nighter wat dieper kan graven in mijn platencollectie en een breder verhaal kan brengen.

FUZZ – Verkies je dan een all nighter boven een gewone set? Wat is het grote verschil voor jou?

P: Het heeft beide zijn charmes, maar als ik zou moeten kiezen, opteer ik voor een all nighter. Dit vooral omdat het dan sowieso gaat om enorm lange sets waarin je meer tijd hebt je publiek op sleeptouw te nemen. Je hoeft ook niet al je sterkste ‘hits’ in een korte tijdspanne te duwen, iets wat ik sowieso niet graag doe. Daarom verkies ik doorgaans langere sets, die liefst minimum 3 uur duren.

FUZZ – Het is wellicht niet iedereen gegeven een all nighter te draaien. Welke troeven moet je hebben om een goeie all nighter te spelen?

P: Zoals eerder vermeld is de opwarming van cruciaal belang. Als je als dj een all nighter wil draaien, moet je dus meteen de toon kunnen zetten met een goeie warming up-set om je publiek in de juiste stemming te krijgen. Ook afsluiten is een kunst op zich die je moet beheersen. Maar het belangrijkste blijft natuurlijk een uitgebreide en diverse muziekcollectie en het aanvoelen van het publiek. Het is ook gewoon iets dat je moet blijven onderhouden en waar je wat in moet groeien.

Zo denk ik dat het niet iedere headliner op een groot festivals is gegeven een degelijke all nighter te brengen. Sommigen van hen draaien al jaren enkel op de topmomenten en sets van meestal twee uur lang of minder. Als je dan als dj verder geen ‘bagage’ hebt lijkt het me moeilijk om een avond op gang te trekken en die van begin tot einde gevuld te krijgen met boeiend materiaal.

FUZZ – Mensen kennen je vooral vanwege je technosets, maar als booker van Decadance moet je van alle markten thuis zijn?

P: Dat klopt, je moet de evoluties in alle relevante scenes proberen te volgen en daarop inspelen, en trachten een pionier te zijn in hetgeen je brengt. Zo draai ik tijdens de Tijgerkracht-avonden ook (minimal) house of iets breder.

FUZZ – Op welke bookings die je kon vastleggen ben je het meest trots?

P: Nina Kraviz kon ik 5 jaar geleden vastleggen in Decadance. Als je ziet wat voor een wereldster ze ondertussen geworden is en hoe ze door heel wat mensen beschouwd wordt als de leading lady van de technowereld, ben ik daar best wel trots op. Verder speelde Jamie Jones ooit op mijn verjaardagsfeestje en zorgde ik voor de eerste buitenlandse booking voor Kobosil. Namen als Pan-PotRebekah, Martin Buttrich en Surgeon zijn natuurlijk ook niet mis.

FUZZ – Techno scheert wereldwijd hoge toppen, hoe zou je die opmars en evolutie verklaren?

P: Een 7-tal jaar geleden was het al electro wat de klok sloeg. Daaruit vloeiden verschillende genres voort met die typerende scherpe geluiden, zoals de (commerciële) dubstephype. Doordat het genre op zich wat uitgemolken was, is een deel van het toenmalige uitgaanspubliek techno beginnen volgen terwijl een ander deel verder de commerciële toer opging en in de EDM scene terecht kwam. Techno is al die tijd wat in de luwte gebleven maar leefde wel nog steeds. Toen het publiek teruggreep naar de diepere sounds kwamen ze zo bij house en techno terecht. Daardoor konden beide underground scenes floreren tot het huidige hoogtepunt, ook in Decadance.

Vroeger kon je vooral electro en house horen in onze club. Na een tijdje merkte ik echter dat de mensen hun interesse verloren en dat de houseavonden geen garantie op succes meer waren. Toen zijn we geleidelijk aan overgeschakeld op het programmeren van (donkere) techno, geen slechte zet, zo blijkt nu.

Het toffe aan deze evolutie vind ik vooral dat waar house en techno tot voor kort vrij duidelijk gescheiden stromingen waren, je die genres verder ziet vertakken en overlappen, een interessante ontwikkeling. In het meerendeel van de hedendaagse house zitten heel wat technoïnvloeden verwerkt en vice versa. Je kan niet altijd meer een duidelijke lijn trekken tussen de stromingen house en techno. Wel zet de differentiatie van verschillende subgenres zich nog verder door. Zo heb je binnen de technoscene al tal van stromingen die zich van elkaar afzetten.

Kijk maar naar het contrast tussen Drumcode-techno en de harde industriële techno. Ikzelf heb het iets minder voor de zogenaamde Drumcode-stroming, al heeft die zeker zijn nut. De techno is iets toegankelijker en sowieso zullen er heel wat mensen zijn die eerst met deze techno in aanraking komen, waardoor ze later vaak andere subgenres ontdekken.

FUZZ – Hoe zie je het verder evolueren?

P: Natuurlijk hoop ik beroepsmatig en volgens mijn eigen muzieksmaak dat de technohype nog jaren blijft meegaan, maar het genre zal uiteraard blijven evolueren en de kleinere vertakkingen die je nu al ziet zullen uitgesprokener zijn. Wie weet komt er dan wel iets helemaal nieuws uit de bus. Dan zal moeten blijken of de house- en technowereld bestand is tegen het frisse geweld. Al zou dat op dit moment zeker meevallen, er blijven nog steeds heel wat boeiende releases verschijnen.

Verder hoop ik als booker dat de dj-prijzen binnenkort eens stagneren. De fees die sommige artiesten vragen zijn buiten proportie. Binnen de technowereld vind ik dit vaak al absurd hoog, maar vooral bij de toppers in de housemuziek is dit toch nog iets erger. Dan spreken we meteen over enkele tienduizenden euro’s…

Het publiek wordt heel hard verwend. Waar het vroeger uitkijken was naar een buitenlandse subtopper die eens in het land was, kan je nu praktisch iedere week ’s werelds grootste dj’s in ons Belgenlandje aan het werk zien. Zo dragen we natuurlijk zelf ook bij aan de exuberante fees die de artiesten kunnen vragen, maar ook het publiek beschouwt dit ondertussen als ‘normaal’.

Vroeger kreeg een minder gekende, opkomende buitenlander nog vaker een kans. Nu komt het publiek bijna enkel in grote getalen af voor de naam en faam van de ultieme headliners. Eens je op de kar springt om wekelijks een topartiest te booken, kan je er ook niet meer onderuit. Mensen verwachten dan dat je wekelijks gigantische sommen op tafel legt om die grootheden te strikken en knappen vaak af op avonden met enkel opkomende buitenlandse talenten. 

FUZZ – Hoe zag je zomer er tussen het Decadance-seizoen door eruit?

P: Tussendoor had ik wel redelijk wat mooie bookings. Een eerste die eruit sprong in het begin van de zomer was Pyramid Artistiek. Een heel gezellige showcase, prachtig ingericht in een vrij intieme setting met om en bij de 500 toeschouwers en een goeie sound. Een aanrader voor iedere muziekliefhebber!

Ostend Beach is voor mij verder een jaarlijks hoogtepunt. Ieder jaar sta ik ervan te kijken hoeveel volk er daar niet voor mijn neus staat en hoe iedereen uit de bol gaat. Ook op de Lokerse Feesten en Klankfest tijdens de laatste nacht was het een leuk feest!

FUZZ – Als je onze lezers tot slot enkele artiesten zou aanraden om in de gaten houden, wie zou je kiezen?

P: Moeilijke vraag. Ik weet niet of hij echt zal doorbreken, maar Kangding Ray vind ik op dit moment heel leuke muziek maken en dj-sets spelen. Levert altijd intelligente tracks die top geproducet zijn. Stranger zal wellicht ook nog heel wat potten breken in de toekomst en Dax J is ondertussen ook vertrokken op weg om tussen de toppers van de techno te staan. In ons land vind ik dat vooral de Korridor-boys Border One en Phara goed bezig zijn, alsook Pacius Elter. Hopelijk kunnen zij de Belgische stempel op de internationale technokaart nog meer doordrukken!

FUZZ Bedankt Pieter voor het interview en veel succes met het nieuwe Decadance-seizoen!