Interview: Rembert De Smet, new beat-pionier

Interview: Rembert De Smet, new beat-pionier

Op een zonnige dinsdag heb ik afgesproken met Rembert De Smet in Vooruit Café te Gent. Het is wat bevreemdend: ik als jonge snaak van tweeëntwintig zal daar een belpop-legende eventjes aan de tand gaan voelen. De Smet schreef in de jaren tachtig muziekgeschiedenis met zijn band 2 Belgen. Voor eeuwig zal die naam verbonden blijven aan één van die vaderlandse hits die zich uitstekend lenen tot meefluiten, namelijk Lena. Rembert brengt nu als Ro Maron de compilatie Collected #1 uit!

Als één van de eerste om deze nieuwe muziekstijl te adopteren, verkende hij de ongerepte grijze zones in het genre elektronische muziek. Samen met een resem andere Belgische producers, pionierde hij erop los. Ik ben dan ook ietwat zenuwachtig als ik een tweetal minuten te laat - shout out naar het Belgische openbaar vervoer - de deur openzwaai en mijn hand aan de man met het witste haar in het etablissement aanbied.

Onterecht, zo blijkt. De Smet toont zich een joviale mens en stelt mij meteen op mijn gemak. Een eigenschap die veel Gentenaars delen. Wij gaan het hebben over Collected, een compilatie van zijn jaren als beatbakker, en de tijden van toen.

FUZZ - Luister je nog veel naar elektronische muziek?

Rembert: Welja, het is niet het eerste waar ik zelf tegenwoordig naar zal teruggrijpen. Ik moet eerlijk zeggen: dit project (de Collected-compilatie, red.) is voor mij volledig uit de lucht komen vallen. Het was de Zwitserse platenfirma Mental Groove die mij er ongeveer een jaar geleden voor contacteerde. Ze wilden iets doen rond oude elektronische platen die ik had gemaakt, van eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Ik dacht “Allee, met wat komt die nu aanzetten!”.

Het was een enorme zoektocht naar de masters, ook al bespande mijn carrière in de elektronische muziek maar twee jaar. Mijn studioversies dan, want voor de geremasterde versies was er zelfs geen beginnen aan. Dan zou ik moeten aankloppen bij Antler Subway, het label waarop die platen uitgebracht waren. Die is dan verkocht geweest, en opnieuw doorverkocht. Het was een onmogelijke zoektocht. Ook de systemen om die masters weer te spelen waren niet gemakkelijk om te vinden: alles was digitaal opgenomen met een oude Betamax videorecorder (lacht)!

FUZZ - Het was dus een delicaat euvel. Maar luister je dus nog naar elektronische muziek en wat vind je er tegenwoordig van?

RDS: Als ik dat en passant hoor, bijvoorbeeld als mijn zoon zo’n programma opzet, vind ik dat nog altijd boeiend. Het rare is, zelfs op Klara hoor je tegenwoordig al redelijk wat elektronische muziek. Maar op dit moment, ik moet eerlijk zijn, ben ik meer bezig met akoestische dingen. Wat ik zeker een wijze evolutie vind, is welke invloed de elektronische dancescene heeft op groepen als Amatorski, Oscar & The Wolf, tot zelfs Stromae. Het is eigenlijk een beetje bevreemdend, want in de tijd dat wij daarmee begonnen, zat dat gewoon in ons pakket als muzikanten. We wisten wel dat er een markt voor was, maar we dachten: "Dit gaat een stille dood sterven".

Het wordt ook niet meer zo scheef bekeken als vroeger (lacht). Ik herinner mij Herman Scheuremans nog zeggen dat zoiets nooit op zijn festival zou binnenkomen, en zijn line-up steekt er nu vol van! Er zijn nu zelfs hele festivals gewijd aan elektronische muziek, dat was vroeger ondenkbaar! Goeie of slechte evolutie, dat weet ik niet.

Je kan bijvoorbeeld zeggen: commerciële omarming van een muziekgenre is ’t begin van ’t einde. Da’s ook de reden waarom ik er indertijd mee gestopt ben. The Sound Of C was voor mij het keerpunt. Ik voelde dat ’t daarna alleen nog maar uitgemolken zou worden. Het is iets om over na te denken: zitten we niet weer op een keerpunt?

FUZZ - Hoe vind jij dat jouw muziek en new beat in het algemeen de tand des tijds doorstaan hebben?

RDS: Awel, ik moet eerlijk zeggen, ik heb zelf een zeer grote hand gehad in de selectie voor Collected. In het algemeen vond ik alles nog verrassend fris en krachtig klinken en soms nam ik met opzet de instrumentale B-kant, omdat de samples in de A-kant wat gedateerd klonken. De sample was soms een kapstok om een sfeertje aan op te hangen. Maar die ga je niet horen in de compilatie, want die heb ik er niet opgezet (lacht).

Maar als je mij nu vraagt wat ik er zelf van vind, dan zeg ik: ’t is allemaal veel te lang. Zuiver muzikaal gezien zou ik beginnen met overal twee minuten uit te knippen. Op drie minuten had ik gezegd wat er moest gezegd zijn, maar voor dj’s moest dat vijf minuten duren. Voor de trance en om het te kunnen mixen.

FUZZ - Is dat niet een deel van de charme?

RDS: Tuurlijk wel! Ik noem dat: gebruikersmuziek. Soms vergelijk ik ’t met de werken van Toulouse-Lautrec. Die man heeft een fantastisch oeuvre bijeengeschilderd, maar heeft ook veel affiches gemaakt. Dat waren prenten met een eenmalig doel, bijvoorbeeld het aankondigen van een revue of theater. Mijn punt is: de lat ligt misschien niet zo hoog, maar ze ligt anders. ’t Is ergens simpeler hé, iedereen kan zich wat moduletjes aanschaffen en zo beginnen programmeren. Maar door ’t feit dat het medium veel gemakkelijker was, was het ook veel moeilijker om op te vallen.

We zitten hier niet ver van ’t SMAK, de conceptuele kunst is van hetzelfde principe. Het brengt een sterk 'dat-kan-ik-ook-gevoel' teweeg bij hen die daar niet mee bezig zijn. Het feit dat ik hier nu zit met een compilatie van werk waar ik destijds van dacht dat het nooit echt iets zou betekenen, wil misschien toch ook zeggen dat er 'iets' meer in zit.

FUZZ - Al die revivals van tegenwoordig, dragen die volgens jou iets bij? Acid, '90s house die nu reïncarneert als deep house, new wave - denk aan remix The Neon Judgment die Lektroluv zal uitbrengen -, en dankzij TSOB nu ook new beat.

RDS: Ik heb daar een goeie uitleg voor. In alle programma’s om muziek te maken kun je programmaatjes integreren die vintage synthesizers emuleren. Daardoor bereik je niet zo veel nieuws natuurlijk. En misschien blijft het origineel dan net dat tikje beter?

De grootste toegevoegde waarde van nu is bijvoorbeeld wat Stromae doet. De opzet is duidelijk puur commercieel, maar als je die zijn nummers volledig stript van tekst zou ’t bijna een track van vroeger kunnen zijn. Hij voegt daar wel klassieke songelementen aan toe. Strofe, refrein, tekst. Zo maak je je die erfenis eigen.

FUZZ - Wat vond je van de documentaire The Sound Of Belgium?

RDS: Ja, fantastische film! Zeker vanuit een oogpunt dat ik zelf nog nooit bedacht had, namelijk dat de Belgen al lang voor er computers waren al hun ding deden met mechanische muziek. Met de Decap-orgels van de jaren veertig en de popcornmuziek uit de jaren zeventig. Ik vond het een juweelke van een film, zeer van genoten! Veel bijgeleerd ook.

FUZZ - In TSOB kwam het volgende ter sprake: om middernacht een plaat opleggen, zien wat werkt, terug naar de studio rijden en herwerken, tegen drie uur terug zijn en die herwerking opleggen, terug naar huis en herwerken om tegen zes uur de finale versie te hebben. Zijn die cowboyverhalen waar?

RDS: Ja eigenlijk wel (glimlacht). Ik heb dat zelf mogen ondervinden toen ik meeging met Maurice Engelen, beter bekend als Praga Khan. Met hem ben ik redelijk veel op schok geweest indertijd. En Renaat Vandepapeliere van R&S heeft dat zeker ook gedaan. En ik eerlijk gezegd ook.

Wij hadden dan cassetjes mee en de dj schoof er dan een stukje tussen. Maar om diezelfde nacht nog naar huis te trekken, daarvoor woonde ik iets te ver van Gent (lacht). Wat ik wel af en toe deed, was een studiereiske. Dat was het materiaal dat ik thuis had gemaakt eens gaan testen op verschillende geluidssystemen. Zo wist je ook meteen hoe je volgende productie beter moest klinken.

FUZZ - De wereldwijde erkenning die new beat tegenwoordig als zijnde pionierswerk geniet, weerspiegelt zich ook in de aandacht die Collected geniet bij internationale media als Resident Advisor en Pitchfork. Terecht, of denk je dat het bij velen iets té veel tot de verbeelding spreekt?

RDS: Goh. Dat zal altijd dubbel zijn. Er zal wel wat romantiek mee gemoeid zijn. Er is in die periode bijvoorbeeld ook veel brol gemaakt, maar in de jaren zestig is ook veel brol gemaakt. Ik heb die elektronische plaatjes wel altijd gedaan als een bijproject gedaan van mijn muzikant-zijn. Ik heb er zelf ook nooit die term ‘new beat’ op geplakt. Voor mij was dat veel softer, new beat. Wat ik maakte was iets harder, experimenteler.

Het leuke is natuurlijk, dat het die dingen zijn die ze er na al die jaren uitpikken. Er waren indertijd ook producers die tien keer meer succes hadden dan wij. Misschien omdat onze plaatjes meer underground waren dat ze nu nog steeds weerklank vinden? Je kunt je afvragen, is het er niet wat over? Ja, misschien wordt het nu allemaal wat overgewaardeerd, dat kan zijn.

Ik heb alleszins met elk product zo eerlijk mogelijk getracht iets nieuws te maken. En dat zo goed mogelijk. Het is natuurlijk niet altijd gelukt, maar de bedoeling was nooit om grote artistieke statements te maken. Het moest gebruikt worden en er moest op gedanst worden.

FUZZ - Het is in feite ook muziek die zich leent om snel vergeten te worden.

RDS: Ja, natuurlijk! Er was vroeger geen kat die er echt om gaf. Er was meer belangstelling van producers onder mekaar, als in ‘Tiens, die laatste plaat, van wie is dat?’. En dat is nu ook een verschil met vroeger. Nu gaan de mensen speciaal naar een festival voor de line-ups met dj’s. Vroeger was dat in principe een heel anonieme cultuur.

FUZZ: Men zegt weleens dat de muziek sneller evolueert dan jij en ik van onderbroek verwisselen, maar dat de muziekindustrie vaak achterop hinkt. Hoe heb jij dat destijds ervaren?

RDS: In die periode was dat zeker zo. Toen de grote platenfirma’s er zich in verdiepten, was het voor mij al bijna gedaan. Daarmee ook een pluim aan het adres van labels als Antler Subway. Pas op, dat was voor hen ook met het mes op de keel: het was failliet gaan in deze scene of veel professioneler worden. Antler Subway, dat was als een fabriek, ongelooflijk. De snelheid waarmee die werkten! Ze hebben op heel korte tijd enorm veel platen uitgebracht, het is bijna niet te geloven (lacht).

Wij werkten, geheel onafgesproken, met vier teams. Ikzelf met Ferre of Maurice en Nikki Van Lierop van Lords Of Acid, wij waren één team. En dan had je nog de verschillende andere projecten van Maurice Engelen, met Olivier (Adams, red.) bijvoorbeeld. En Morton Sherman Belucci, Sherman van de Sherman Filter Bank. Zelfs Pat Krimson had een projectje met een van de leden van Poesie Noire, denk ik (doelt waarschijnlijk op Cold Sensation, het project van Krimson met Jeff Hypp, red.). Wij volgden mekaar wel van op afstand, maar we probeerden elk onze eigenheid te bewaren. Van invloed was er eigenlijk niet veel sprake.

FUZZ - In de perstekst van Collected staat het volgende te lezen: “Back in the days, producing without a pause and getting the music out the week after was the plan, as one knew that this lucrative era wouldn't last forever, only some of the music would.” Was de winst de grootste motivator voor producers als jij?

RDS: Langs geen kanten. Voor mij totaal niet. Ik wilde gewoon muziek maken. 2 Belgen en veel andere groepen waren tot op het einde beschikbaar voor optredens, maar de mensen kwamen minder en minder. Ik voelde de wereld veranderen. Wij hadden een piek meegemaakt, maar daarna sta je daar dan met je vrachtwagen vol instrumenten, licht- en geluidsinstallaties. De dj begon toen aan zijn opmars, en technofuiven werden populairder. En ik zag dat als een kans om te kunnen blijven platen uitbrengen.

Ik haalde mijn inspiratie uit experimentele ambientplaten en dergelijke, ik zag daar waarde in. Maar ik wist dat het niet iets zou zijn waar ik mij de rest van mijn leven op zou toeleggen. Het is een beetje zoals een opdracht voor het componeren van filmmuziek. Voor mij was dat een ander soort uitdaging, zo zonder zang en abstracte muziek. Dat die platen wat verkochten, dat mocht wel een keer, want daarvoor hadden we al zwarte sneeuw gezien (lacht).

FUZZ - Met 2 Belgen heb je in de jaren tachtig Belgische muziekgeschiedenis geschreven. Met de belpophit Lena sta je in ons collectieve geheugen gegrift. In een interview met Radio 1 vertel je over de instrumentale armoe in die periode. Is dat zo wat de rode draad doorheen je carrière: zo veel mogelijk doen met zo weinig?

RDS: Wel ja, de muziek die ik in die periode maakte was inderdaad met relatief weinig en simpel materiaal in mekaar gebokst. Geen overbodige orkesten en zo, proberen naar de essentie van muziek maken te gaan. Dat is inderdaad iets wat ik toen nagestreefd heb. Als je een liedje moet hebben dat blijft plakken, dan heb je een paar woorden nodig die ze kunnen nazingen en een melodie die blijft hangen.

En uiteindelijk is dat in alle genres hetzelfde. In dansmuziek is dat ook zo. Niet zozeer met zanglijnen, maar toch vooral de riff waarrond de track opgebouwd is. Is dat nu bijvoorbeeld een punkriff of een synthesizerriff, of een viool: het maakt eigenlijk niet zo veel uit. De vraag is, welk melodietje blijft er plakken?

En het zijn ook die nummers die het meest op de compilatie terug te vinden zijn. Bijvoorbeeld die track van Zsa Zsa La Boum die erop staat: het zou in feite een gitaarriff kunnen zijn. En dan één zinneke erbij. Het is maar weinig, maar ’t moest wel een goed zinnetje zijn (lacht)!

FUZZ - Wat was je grootste bron van inspiratie voor je new beat-platen? Luisterde je veel naar Chicago House?

RDS: Ja. Ik was aan een cassette geraakt met echte oude housemuziek. In de periode dat housemuziek nog echt house was. Ik vond dat een goed uitgangspunt. Dat was muziek die moest dienen om op één specifieke avond het volk te amuseren. En verder nog de dubreggae van Lee ‘Scratch’ Perry. En Adrian Sherwood van On-U Sound. Dat vond ik artistiek de top.

Ook het einde van de new wave was voor mij een invloed, met de instrumentale B-kantjes als grootste inspiratiebron. Die zaten soms zeer goed ineen. Fad Gadget bijvoorbeeld. En Gary Numan. Dat klonk alsof het van een andere planeet kwam. Zelfs Soft Cell en Arbeid Adelt indertijd. Het was vooral de eenvoud die mij in die muziek inspireerde.

FUZZ - Jeukt het soms dan niet om terug te beginnen experimenteren met drummachines en synthesizers?

RDS: Het toeval wil nu dat ik er deze week nog met iemand over bezig was (lacht). Ik ben nu iets aan het doen met een klassiek geschoolde klarinettist die nog op mijn platen heeft gedanst in de Boccaccio. Je kan eigenlijk nooit weten wat er nog gaat passeren. Mijn levensmotto is: ik zeg nooit volledig nee. Ik heb nooit iets tegen mijn zin gedaan. Als ik voel dat er sleet op komt, haak ik af.

FUZZ - Laatste vraag: tegenwoordig speel je bij de flamencogroep Esta Loco. Hoe gaat iemand van new beat naar flamenco, we kunnen ons best voorstellen dat dat voor de mensen moeilijk te vatten is?

RDS: Ja en ’t ergste is: ’t is niet enkel die flamenco. Ik ga binnenkort wellicht ook een cd uitbrengen met Nederlandstalige muziek, met die klarinettist. We zijn volop met die opnames bezig. Inderdaad, voor buitenstaanders lijkt dat misschien zeer inconsequent, maar voor mij eigenlijk niet. Muziek is muziek. De lat elders leggen zoals ik eerder al zei.

Mensen zeiden vaak ‘dit klinkt zo anders dan Lena’, maar dat is niet waar. Die dansgroove heb ik ook maar uitgezocht op een drumstel. En als je dat nu zo doet, of op een drumcomputer, dat blijft dezelfde groove. Het verschil zit hem meer in de inkleding van de nummers. Bij 2 Belgen had ik dan nog een strofe, refrein en dergelijke nodig. Bij dansmuziek ben je sneller klaar.

FUZZ - Bedankt voor het gesprek!

Collected #1 is sinds 26 januari uit op Musique Pour La Dance. Beluister ze hieronder of koop de compilatie via Bandcamp.

Artiesten in dit artikel