Interview: Trentemøller

Interview: Trentemøller

Trentemøller is het kotsbeu. Neen, hij maakt geen techno meer - al moet ie het nog tig keer geagiteerd declameren. "Ik maak deze muziek nu, en daar voel ik me veel beter bij." Ons niet gelaten, want de Deense producer komt ook fijntjes weg met de koele mix van basgitaren tot new wave en alles daartussenin op fonkelnieuw album Fixion. Zijn er nog vragen?

FUZZ – Je nieuwe album Fixion ligt in de rekken, waarop de lijn van voorganger Lost overduidelijk wordt doorgetrokken. Tevreden van de nieuw ingeslagen weg met meer instrumenten dan electronica aan boord?

Anders Trentemøller: Uiteraard, al bekijk ik de zaken zo niet echt. Voor mij is het een organische evolutie die al jaren aan de gang is. Zo’n albums zijn dan de momenten waarop iedereen kan meekijken welke vooruitgang ik boekte, terwijl het voor mij een logische lijn is.

Op dit album staan er bijvoorbeeld een pak meer vocals, toch is de helft van de nummers nog steeds instrumentaal. Dat lag al vast van voor ik aan dit album begon te werken. Daar houd ik nog steeds het meest van, want bij instrumentale muziek zijn er geen teksten die je gevoelens dicteren waarover het nummer gaat. Je kan je eigen beeld vormen, tot zelfs een eigen videoclip in je hoofd. Dat is best iets moois.

FUZZ – Toch lijkt Jehnny Beth van Savages een pak invloed te hebben in River In Me, waarop ze meedoet. 

Trentemøller: Ik schreef het nummer met haar in gedachten, uptempo en erg rock & roll zoals haar band Savages. Het was echter al klaar toen ik er haar mee lastig viel, dus veel had ze niet in de pap te brokken. Vooral dat bandgevoel sprak me aan.

Ik snap bands niet die de uitdaging om ook live iets te creëren uit de weg gaan. Wanneer ik The Knife zag optreden hoorde ik simpelweg een CD opliggen, ik verveelde me haast.

FUZZ – Het kostte dus niet veel moeite om verder weg te stappen van de beats & bleeps?

Trentemøller: Neen, maar dat kies ik niet bewust. Ik snap dat het universum van Trentemøller voor ‘de buitenwereld’ dezer dagen opmerkelijk anders klinkt op dit en het vorige album, maar ik heb geen schakelaar die tussen dance en indie heen en weer klikt. Elk nummer eist z’n eigen sound op, ik volg slechts m’n oren. Pas halfweg het opnameproces zie ik duidelijk de lijnen van hoe het album zal klinken.

FUZZ – Waren er redenen waarom je iets nieuw probeerde? De opkomende scene van EDM en zomerse house waarin je niet past? Of een zelfgecreëerde uitdaging om na te gaan of je hier ook mee wegkwam?

Trentemøller: Het is zeker niet dat ik me gedateerd voelde. De nood aan muziek maken heerst, of het nu clubmuziek was toen of meer koele electronica nu. Toch zijn er nummers vanop m’n debuutplaat die perfect ook op Fixion konden staan. Ik hoop dat de mensen die flow ook voelen.

Ik heb er geen probleem mee dat er hokjes zijn om muziek te benoemen en geef grif toe dat ik niet meer in het oorspronkelijke hokje zit met deze electronica meets postpunk vanop Fixion. Je vergeet al die zaken tijdens het muziek maken laat je leiden tot je plots een album hebt liggen. Past het niet in de club? Dat trek ik me niet aan.

FUZZ – Lost was een helder album, met heel wat ruimte in de nummers. Op Fixion heerst de duisternis dankzij cold wave, shoegaze en alles daartussenin.

Trentemøller: Het plan was nochtans dat het andersom zou zijn (lacht). Ik wou hier meer to the point komen en stripte sommige nummers echt kaal. In de hedendaagse studio’s kan je duizenden kanten op met je nummer en dan is het verleidelijk ook al die ideeën effectief te gebruiken. Er zijn honderden synths, gitaren, plugins en hardwarebakken waarmee je aan de slag kan, zo veel dat het haast verwarrend wordt. Daarom ga ik op zoek naar wat in een nummer de aandacht opeist en probeer dat dan uit te puren.

Het liefst van al maak ik muziek die je in je hoofdtelefoon opzet. Waarbij je na de vijfde luisterbeurt nog steeds kleine details opmerkt die er voordien niet waren. Ik mik op die atmosferische stukjes.

FUZZ – In je remix van What Else Is There of Moan en Missing You was geen basgitaar te bespeuren. Had de Anders Trentemøller van tien jaar terug dit al in zich?

Trentemøller: Geen idee, ik luister nog steeds naar dezelfde muziek als toen. Maar November en Never Fade zijn inderdaad het tegenovergestelde van de What Else Is There-remix. Mijn muziek is veel subtieler nu, het wordt niet in het gezicht van de luisteraar gesmeten. Toen was dat fun, maar ik maakte ook al andere muziek dan die banger.

FUZZ – Was het moeilijk die stap te zetten? Moest je jezelf dingen aanleren, instrumenten leren bespelen, ..?

Trentemøller: Het is altijd een strijd, hoor. Bij elk album. Je spendeert zeer veel tijd aan probeersels die uiteindelijk niet op het album terechtkomen. Ik kocht veel synthesizers voor dit album en moest die uiteraard uitpluizen. Ook in het schrijven zelf stak ik veel meer tijd dan eerder.

FUZZ – Heb je dan al een uitgestippelde route waar je nog heen wil met je levenswerk?

Trentemøller: Nee, nee, nee. Je kan dat niet plannen. Het draait ‘m om de periode van het songschrijven. Als het nummer je weet te vervoeren, moet je simpelweg die vibe volgen.

FUZZ – De instrumentale synth-waas die tijdens sommige nummers optreedt doet denken aan uitgekuiste versies van Crystal Castles en Salem. Zoek je invloeden actief op of rollen die vanzelf op je pad?

Trentemøller: Bands als The Cure, Joy Division, New Order of Slowdive beluister ik heel vaak, die zitten in m’n DNA. Het gaat meer over een esthetische smaak dan aan te duiden invloeden, denk ik. Dezelfde waarden en normen in je muziek willen in plaats van dezelfde klanken. De uitdaging is om niet exact zoals je helden te klinken, maar elementen uit hun muziek te pikken.

Evengoed wanneer een vriend een verhaal vertelt, je een film bekijkt of door de stad fietst wanneer het regent kan je die sfeer proberen recreëren in een nummer. Het hoeft niet rechtstreeks te zijn. Al die invloeden moeten dan ook nog op een album bij elkaar passen. Het is constant puzzelen.

FUZZ – Stuit je soms op bands die hetzelfde doel nastreven? Die eenzelfde sound weten te creëren?

Trentemøller: Ik zie zeker bands die geïnspireerd zijn door dezelfde zaken als ik, vooral The Soft Moon vind ik goed bezig. Die gaat een remix voor me maken. Verder probeer ik eigenlijk zo weinig mogelijk naar andere muziek te luisteren wanneer ik een nieuw album maak. Dat zorgt voor te veel input.

FUZZ – Is er geen schrik om fans van het eerste uur te verliezen met deze nieuwe aanpak?

Trentemøller: Onderweg verlies én win je sowieso fans, maar ik ben er niet mee bezig tijdens het muziek maken. Wanneer ik denk aan hoe de fans het album willen, verlies ik de focus. Maar aangezien de najaarstournee vlot uitverkocht, denk ik dat het nog wel meevalt met teleurgestelde fans. We spelen ook nog steeds nummers als Miss You en Moan, hoor. In nieuwe versies!

Toen we zeven à acht jaar geleden op Pukkelpop stonden, was dat steevast op een dance-georiënteerde stage, terwijl dat nu niet meer het geval zal zijn. Ook toen stonden er mensen verdwaasd rond te kijken bij een kalmer nummer. Dat is zowat het grootste verschil, ik voel er me nu meer comfortabel bij.

FUZZ – Zo je wil. Bedankt voor het gesprek!

Artiesten in dit artikel