Dour Festival dag 2: verschroeiende hitte en massaal veel muziek

Lekker ontwaken is dat op de camping van Dour. Eerst hadden we de ochtendgymnastiek van de Red Bull Elektropedia dj-truck aan ons been die élke dag opnieuw met hetzelfde nummer openden. Dan zagen we de file - again? - aan de waterkraantjes en besloten we maar om zo snel mogelijk naar het festivalterrein te gaan. Daar konden we onze koppies even onder de kraan stoppen aan de Special Beers. Voor de dappere festivalkrijgers die zich wilden douchen die ochtend, we vermoeden dat ze hun doel bereikt hebben op dag vier ofzo.

We hadden zin in muziek, maar de extreme hitte nekte ons al meteen. We besloten dan maar om het rustig aan te doen en enkele optredens van op afstand te bekijken. Te beginnen met Songhoy Blues, een Brits kwartet van Malinese afkomst dat het zonnetje eer aandeed met Afrikaans-getinte blues.

Wat later Tokyo Ska Paradise Orchestra, de duizendkoppige ska-band uit het land van de rijzende zon die jammer genoeg te hard aanwezig was op The Last Arena. Het Paradise Orchestra stak de lont aan van een weide die eigenlijk al in brand stond. Een feestje zoals gisteren bij Gallowstreet, maar dan met een paar liter zweet extra.

Tussendoor besloten we ook om de Red Bull Elektropedia Balzaal eens te verkennen. Niet per se omdat we fan waren van Baz & Simplistix feat. MC Skywalker maar gewoon omdat we benieuwd waren naar het podium, dat sinds dit jaar volledig openlucht was. De Balzaal, weinig ‘bal’ en nog minder ‘zaal’. Volgend jaar misschien benoemen tot Red Bull Elektropedia Ongelofelijk-Openlucht-Festijn? Het is maar een idee. De visuals op de gigantische palen - die gelukkig ook voor schaduw zorgden -  konden we zeker smaken en de lichteffecten op de vernieuwde Balzaal waren ronduit coolNice upgrades, Dour!

Onze ochtendrush – het was eigenlijk al vooravond – sloten we af met Dream Koala op het spiksplinternieuw podium Le Labo. Denk aan Wablief?! van op Pukkelpop, het was namelijk exact dezelfde tent. Ons Frans Koala’tje zelf gaf ons een dromerige set met zijn live machinerie, gitaar en zang. Zo dromerig dat we er letterlijk van in slaap vielen. Hoe dan ook, producen kan hij wel en hij doet op een podium ook alles live, dus daarvoor wel een pluim. Wat niet gezegd kon worden over hoe Dour Festival omging met de hitte, want het was ver zoeken naar verfrissing.

À Cause Des Garçons scoorde nog heel goed bij het publiek, maar de tecktonik-moves bleven gelukkig wel uit. Yelle! De eerste paar nummers was recenter werk en behoorlijk down-tempo, waardoor we onmiddellijk de indruk kregen dat Yelle het lang niet zo goed zou doen als op Pukkelpop 2011. Ook niet elke zangnoot was zuiver op de graat, zoals je hieronder in het compilatiefilmpje kan merken.

De laatste veertig minuten zagen we de lekkere electropop terugkeren. En ook die andere pop op het podium had ineens een ander pakje aan. De show op zich was ook heel leuk om naar te kijken. Een echt theaterspel met indrukwekkende lichteffecten, danspasjes en de heren Tepr en GrandMarnier (Yelles producers) die syncroon zaten te drummen. We vroegen ons dan wel weer af hoe ‘live’ het optreden wel was. Niet enorm, vermoedden we.

Evian Christ was de ontdekking van de dag. Zijn apocalyptische trap ging gepaard met een duistere en toch feeërieke lichtshow. De Cannibal Stage stond halfvol – niet veel mensen kenden hem blijkbaar – maar dat kwam ons heel goed uit, zo hadden we meer plaats om te dansen! We dansten alsof de wereld elk moment kon vergaan en het dus onze allerlaatste kans was om eens goed uit de bol te gaan. De superzware bassen zorgden ervoor dat heel je lijf meetrilde waardoor je onmogelijk kon blijven stilstaan.

Ook Detroit Swindle deed de hele zaal dansen, weliswaar in een ander genre. De Amsterdammers brachten ons een live show om u tegen te zeggen en het publiek at uit hun hand. Een van de rode draden van Dour was dat live alles beter maakte. Je bent altijd meer onder de indruk van een compositie die artiesten sur place uit hun mouw schudden met live keys en vocals dan een 'simpele' dj-set. En die heerlijke disco house is nog steeds een van de betere subgenres als je het ons vraagt.

Aan de andere kant van het festival stootten we wellicht op de grootste teleurstelling van het festival. Siriusmodeselektor. Geen opzwepende rave-set wat je van deze heren verwacht maar glitch en hiphop. Af en toe zat er wel eens een leuke plaat tussen zoals Siriusmo’s Conchord of Modeselektors German Clap maar over het algemeen zagen we drie Duitse grootmeesters in rook opgaan. Het enige degelijke aan Siriusmodeselektor was Pfadfinderei, die live de visuals door elkaar mixte. Knap werk, Pfadfinderei.

We bleven nog even hangen rond The Last Arena. Niet omdat we zin hadden in Mark Ronson zijn dj-set maar wel in een Leffe Neuf van de Sterke Bierentent. Ronson verraste ons nog wel met een goedgemixt dj-setje waarin elke r&b-hit van de afgelopen twintig jaar voorkwam (die hij overigens allemaal zelf geproducet heeft). Tijdens de apotheose van Uptown Funk konden de cameramannen zich botvieren op vrouwelijk naakt. We bleven nog even zitten.

Het einde van de avond hadden we ingepland in de Boombox, tussen 00u en 04u zouden Cashmere Cat, Snakehips en Kaytranada de tent in vuur en vlam zetten. De Cat deed wat van hem verwacht werd en zette ons aan het dansen. De jongens uit de UK namen de decks van hem over en zetten meteen de toon met deftige hiphopplaatjes. Af en toe heerste er zelfs een Hudson Mohawke-vibe en die werd meer dan gesmaakt!

Snakehips sloot hun verrassende maar zeer deftige set af en Kaytranada begon aan de laatste Boombox-set van de avond. Hoewel wij er superhard naar uitkeken, zijn we nog voor half vier terug naar de camping gewandeld. Kaytranada weet normaal echt wat hij doet maar dit keer klonk hij een beetje zoals een waterige soep zonder zout, vrij flauw. Ook was zijn set echt te down tempo om een avond mee af te sluiten.

Ergens daartussen gingen we nog snel langs The Last Arena om grootheid Flume aan het werk te zien. Maar de vloek van The Last Arena – iedereen zegt gewoon Main Stage hoor – sloeg weer toe. Flume: slecht geluid, teveel volk, weinig pittige set en ga zo maar door. Wij gingen heel snel terug naar de Boombox.

Óf naar de Jupiler Dance Hall, want op hetzelfde moment zat de andere helft van onze redactie te knallen op vier uurtjes techno. Het is eens iets anders dan vier uur in de file te staan natuurlijk. Octave One, Carl Craig feat. Mike Banks én Agoria.

De live-set van Octave One deed het met oldskool techno van alle subgenres, die van Carl Craig en zijn maatje spitte de meest opzwepende Detroit-platen nog eens boven en op de dj-set van Agoria was het onverwachts ook rechtoe rechtaan. Alhoewel Agoria op het einde van zijn set zichzelf terugvond met geweldige zweefplaten en afsloot met Scala. Toch waren we een beetje boos op de Fransman dat we Code 1026 of Les Violons Ivres niet hoorden passeren. Maar hé, wij blijven niet lang kwaad hoor.

Tot morgen, dan is het ook weer vroeg dag want dan ontmoeten we Vuurwerk!

Fotocredit Red Bull Elektropedia Balzaal © Romain Stéphane Donadio / Artikel van Robin De La Ruelle en Sander Bral