Dour Festival dag 3: heel veel dansen en bier in onze noedels

Het verschil met de hitte van donderdag was dat ze op vrijdag wel minder was, maar al van 's morgens vroeg overuren klopte. We werden dus al heel vroeg uit onze tenten gebrand. Opstaan dan maar en even snel een blik werpen op de rij aan de douchen en waterkraantjes, tevergeefs. Onder de schaduw van de bomen was het lachen geblazen met het formeel advies van Dour Festival om bier bij je noedels te doen voor een betere smaak. Classic Dour.

Op naar het festival! Postrock, ambient, down-tempo, electronica, plak er gerust zelf een genre op, het was allemaal te vinden in La Petite Maison tijdens Vuurwerk. Ze openden niet alleen met hun geweldige remix van School Is Cool, maar hadden voor de gelegenheid ook Justineke – aan de viool bij School Is Cool – opgetrommeld. Een primeur! Maar meer daarover in ons uitgebreid verslag en interview met de mannen van Vuurwerk, dat later zal verschijnen. Vuurwerk, veruit het beste ochtendoptreden – middag eigenlijk, maar op Dour heerst een andere bioklok – van Dour 2015.

Op Dour is er uiteraard ook ruimte voor niet-elektronische concerten. Op vrijdag zeker twee! Ja sorry, we schrijven niet voor niks voor Fuzz Magazine. Voor de Cannibal Stage was dat The Black Tartan Clan en op The Last Arena genoten we van Tony Allen Review.

The Black Tartan Clan. Ruige naakte mannen met blote basten in Schotse kilten, snerpende gitaren en een doedelzak, Keltische accenten en een enorme Schotse vlag op het podium. Je raadt het al, ze komen gewoon uit Brussel. Even al het zweet uit ons lijf dansen in een volledig afgesloten tent, een echte aanrader!  

Tijdens Tony Allen Review feat. Damon Albarn & Oxmo Puccino gingen we naast de PA-toren van The Last Arena staan voor een beetje schaduw, maar vooral omdat het geluid daar best wel ok was als je het vergelijkt met andere posities aan het hoofdpodium. Tony Allen, de vijfenzeventigjarige drummer van de legendarische afrobeat-band Fela Kuti had Damon Albarn uitgenodigd.

Albarn – je weet wel, die kerel van Blur en Gorillaz – zag er wel wat beschonken uit en hij stal de show. Maar hij kon het zich permitteren. Na drie liedjes en een collectieve Happy Birthday voor Tony Allen zagen we Damon Albarn niet meer terugkomen. We dachten eerst dat hij te dronken was om verder te spelen maar nu blijkt dat het wel de normale gang van zaken was. We waren te snel met onze conclusies maar kom, met die kerel weet je nooit. Vraag dat maar aan de organisatie van Roskilde Festival.

‘We play afrobeat’, zei Tony Allen nog bescheiden en met de meest geloofwaardige "Thank you very much" in de muziekgeschiedenis zat ons uurtje afrobeat er al op. Een welgemeende thank you terug, Tony.

 

Net daarvoor stonden we nog aan de Red Bull Elektropedia Balzaal voor Joachim Pastor en Worakls. En die mannen hebben exact gedaan wat van hun verwacht werd: dromerige, melodieuze house in onze richting blazen. Worakls was er ook meteen op maar we konden jammer genoeg niet lang blijven omdat Tony Allen niet wou starten voor de journalisten van Fuzz Magazine aan The Last Arena stonden. Begrijpelijk wel. Joachim Pastor staat minstens in onze top drie in de categorie ‘dj-setjes op Dour 2015’, wat een Poulain!

 

We belandden in de Jupiler Dance Hall omdat HUMO ons beloofd had dat Superpoze het ‘mooiste’ optreden van Dour ging worden. ‘Mooi’, zeker en vast, maar de term ‘mooiste’ is ongetwijfeld voor Nils Frahm weggelegd. Maar dat is voor zondag. Superpoze bracht ons zweverige muziek die toch opzwepend was, en volledig live gebracht. De dromerige sfeer paste perfect bij de zonsondergang en het publiek was het met ons eens. We snappen wel nog steeds niet waarom Superpoze er een kwartier te vroeg de brui aan gaf.

Tchami lokte aan Balzaal ontzettend veel dansend volk en deed het voor zijn doelpubliek zeker niet slecht, al konden wij ons persoonlijk niet echt vinden in zijn stijl. Achja, des goûts et des couleurs, on ne discute pas.

De rapper Danny Brown wist indruk te maken in de Boombox. Hij overtuigde ons met zijn deejay via dikke hiphop en harde trap die heel de tent vol kreeg en iedereen deed doorzakken. Voor herhaling vatbaar!

Toen we op C2C zaten te wachten hoorden we achter ons ineens een knallend optreden beginnen in Le Labo. Als Evian Christ dé ontdekking was van donderdag, is Andromakers die ongetwijfeld van vrijdag. Twee Franse dametjes die hun ding live doen. En ‘hun ding’ is een dromerige opbouw met obscure geluiden en subtiele zang tot een staaltje explosieve punk-electro om jij tegen te zeggen. Geniet mee.

Omdat we dankzij Andromakers de tijd volledig uit het oog verloren kwamen we veel te laat aan bij C2C. Van aan de PA – het begon een gewoonte te worden op het hoofdpodium – zagen we dat de vier Franse scratchers de weide al mooi in brand hadden gezet. Turntablism van het hoogste niveau waarbij het kwartet geregeld rondhuppelde om van van decks te wisselen. Leuk zicht. Op de revue een stukje muziekgeschiedenis met golden oldies op z’n Gramophonedzies van Stevie Wonder tot Beastie Boys. Maar wij waren vooral fan van hun eigen producties zoals The Beat en On The Road.

Opnieuw was er op vrijdag een trio van muzikale hoogtepunten, dit keer in La Petite Maison met George, Julio en Dix. George FitzGerald zette de toon met ongeloofelijk lange intro’s en explosieve climaxen waarvan we echt wild werden zoals Deetrons laatste, The Believer.

Julio Bashmore stond als een baas achter zijn platenspelers, heel Stoïcijns en met een chique hoed op. Hij speelde een set die niet honderd procent in de stijl van zijn eigen nummers ligt, waardoor we die dan ook niet te horen kregen. Hij is Au Seve waarschijnlijk zelf al beu gehoord. Jammer dat er wat technische problemen waren, maar daar kan Bashmore zelf natuurlijk weinig aan doen. Wie dan wel is de vraag.

Dixon – cobaas bij Innervisions – maakte zich schuldig aan een ontzettend lange intro, iets wat om twee uur ’s nachts voor velen echt niet meer nodig was maar wij konden het wel pruimen. Ondanks het feit dat zijn set enorme techno-allures kreeg – iets wat je niet zou verwachten bij Dixon – zagen we het volk toch richting de Balzaal stromen.

Want daar was Robert Hood bezig. Die man was echt memorabel en bracht ons een mix tussen harde techno en funky oldskool tracks. Dat klinkt misschien een beetje raar maar het paste perfect. Robert Hood als afsluiter voor Dour dag drie? Ideaal.

Morgen slapen we uit!

Fotocredit Cover + Red Bull Elektropedia Balzaal © Nicolas De Backer / Artikel van Robin De La Ruelle en Sander Bral