Bonobo's Outlier Festival: strak gecureerde muziekhoogmis (12/03)

Toen de aankondiging van Outlier begin december op de mat viel waren we al meteen enthousiast. Bonobo, smaakmaker en veelzijdige producer, zou dit event namelijk volledig zelf gaan cureren. Alle artiesten die de afgelopen maanden werden losgelaten deden de spanning alleen maar verder stijgen, en ook de locatie sprak tot de verbeelding. Het sfeervolle Londense evenementencentrum Tobacco Dock werd uiteindelijk op 12 maart volledig ingenomen door Bonobo en de zijnen, en wij gingen een kijkje nemen.

We arriveren voor de deur rond vier uur 's middags, een flink stuk later dan eerst gepland, maar een uitgebreid ontbijt - en dito ritje met de tube - later blijkt het al ruim namiddag te zijn. Zodra we de line-up in handen kregen was het wel duidelijk dat we ons beter hadden gehaast. Het festival was begonnen om twaalf uur en onder andere Hodge, Guy Andrews, Trevino en Lone waren op dat moment al voorbij. Een flinke f*ck weergalmde door de gangen van het Tobacco Dock. Geen timetable op voorhand bekend maken, maar wel enkele headliners op het begin van de middag zetten, een rare keuze volgens ons. 

Maar goed, we horen de beats al langs alle kanten galmen, waar is die vestiaire? Dat blijkt al snel het volgende probleem. Om op Outlier eender wat te kunnen kopen heb je een kaart nodig, waar je geld op zet en alles mee betaalt. Praktisch systeem, ware het niet dat iedereen die binnenkomt meteen zo'n kaart nodig heeft. Een enorme rij is het gevolg, wat weer een half uur aanschuiven betekent. Zo worden de kinderziektes van een nieuw concept natuurlijk meteen pijnlijk duidelijk, maar we laten het niet aan ons hart komen. Honderd quid op de kaart, jas in de vestiaire en op naar de Great Gallery, de grootste van drie zalen. 

Daar is Nocturnal Sunshine - het duistere alter ego van Maya Jane Coles - aan haar set bezig, en het gaat er al flink ruig aan toe. Het is lekker donker binnen, en tegen de achterwand hangt een indrukwekkende LED-muur die je meteen naar vijf uur 's nachts transporteert. Hetzelfde voor de muziek, die het midden houdt tussen Bicep en Tessela. We horen haar eigen nummer Believe dat eigenlijk verrassend goed recht blijft in de enorme zaal. Op het album - dat ook Nocturnal Sunshine heet - klonk het allemaal nogal ingetogen, maar hier zie je dat de muziek wel degelijk clubproof is. Via Mella Dee's pomper Heaven gaat het naar verschillende dingen die we niet meteen herkenden maar waarvoor de adjectieven duister en zwaar zeker passen.

Wie we hierna zeker nog even gezien willen hebben is Glenn Astro, die op dat moment al een uur ver is in zijn set. We krijgen nog een half uur extreem spacey jazzhouse, waar de man voor bekend is. Astro beschikt over een erg karakteristieke stijl, met niet voor de hand liggende ritmepatronen en wat ruimte tussen de beats. Hij draait volledig met vinyl en is erg vingervlug zo blijkt hier. De halfvolle Little Gallery kan het wel smaken, en er wordt dan ook flink gedanst. Wat er precies gedraaid wordt daar ging het wat te snel voor, al menen we nog wel iets van Max Graef te herkennen. 

We blijven even in de Little Gallery voor wat achteraf een van de beste sets van de dag zou blijken. Throwing Snow neemt over en speelt de pannen van het dak. Zijn eigen album Axioms kwam vorige maand pas uit op Houndstooth, en is een meesterwerk. We krijgen er meer dan genoeg uit te horen: zo komt Lumen voorbij, maar ook toppers als Glower en Paint By Numbers passeren de revue. Naast eigen werk is er ook ruimte voor bijvoorbeeld de DJ Koze remix van ModeratBad Kingdom, een track die nooit gaat vervelen. Ook voor Fort Romeau en Maddslinkyy worden met respectievelijk Diana en Compuphonic momentjes vrijgemaakt. Geen moment stilgestaan. 

Nu we al goed opgewarmd zijn is het tijd voor de absolute healdiner van de dag. Organisator Bonobo krijgt drie uur lang de Great Gallery in handen en geeft blijk van zijn kunnen. Lange sets geven veelzijdige muziek en alles passeert dan ook de revue. 90's house, Indische gezangen waarin we wat Four Tet menen te horen, eigen klassiekers als Cirrus of zijn remixen van London Grammar en George FitzGerald. Knallers als Shadow ChildPiano Weapon, Denis Sulta's It's Only Real en de KiNK remix van Knowing We'll Be Here komen ook aan bod. De zaal staat stampvol en gaat volledig uit zijn dak, ook al klinkt de set een beetje ingestudeerd en zijn de mixen niet altijd even scherp. De grote variatie en schitterende selectie maken dat uiteraard wel ruimschoots goed, en je merkt in de zaal ook dat veel mensen speciaal hiervoor gekomen zijn. 

Na een tijdje krijgt onze honger dan toch de overhand en besluiten we in de rij te gaan staan voor het eten, en dat is een ander paar mouwen. Op dat moment zijn er zeker vierduizend feestvierders in het Tobacco Dock, en omdat je niet zomaar buiten kan wandelen moet je op het festival eten. Geen probleem, maar dan blijkt dat er maar twee eetkraampjes zijn, elk bemand door zo'n drie personen, om voor iedereen eten te voorzien. Na een dik uur in de rij krijgen we te horen dat alles op is, behalve een paar ingrediënten. Uiteindelijk krijgen we een wrap met daarin sla, een hamburger en saus, wat enigzins teleurstellend is na zo lang aanschuiven. Een kinderziekte zullen we maar denken, maar dit kon toch vermeden worden. We hopen alleszins dat er voor de volgende editie wat gedaan wordt aan het lange wachten voor zowel eten als drinken. 

Ondertussen is het ongeveer half negen, wat betekent dat we het einde van de set van Bonobo hebben gemist. Jammer. Dan maar naar beneden naar het Car Park, de derde en laatste zaal van het complex. De naam zegt het al, je staat hier te feesten in de parkeergarage. De witte strepen op de vloer verraden nog waar de auto's normaal staan, maar verder waan je je in een club als Ampere of het ter ziele gegane Trouw

Beton, beton en nog eens beton, dan komen de beats van Alex Smoke natuurlijk perfect tot hun recht. De Schot ramt volledig live heel de parkeergarage bij elkaar, en de minimale verlichting voorziet de industriële techno van nog meer power. Hij doet alles goed, en het publiek staat in het pikdonker dan ook niet stil, het is dringen om in de gang naar voren te geraken. Een set om duimen en vingers bij af te likken.

Als de set bijna afgelopen is besluiten we dat het tijd is om nog even boven in de Great Gallery te gaan kijken. Het valt op dat het festival al wat begint leeg te lopen, er loopt nog maar de helft zoveel volk rond, en dat terwijl ook Gilles Peterson en Special Request nog aan hun sets bezig zijn. George FitzGerald trekt er zich niks van aan en pakt uit met een geweldige set, met zijn eigen Knife To The Heart en zijn remixen van Jon Hopkins en Dense & Pika. Verder wordt er stevig doorgerost met enkele bommetjes. This ain't my first rodeo zegt een vrouwenstem uitdagend, en dat weten we ook wel, George! Ook het behoorlijk rake The Frontier van Avalon Emerson is een hoogtepunt. Om half elf is het gedaan en krijgen we als afsluiter nog de bescheiden radiohit Full Circle. Allround en geslaagd, met strakke mixen en dansbeen-activerende beats, well done.

Conclusie? Over het algemeen zouden we Outlier Festival zeker aanraden. Zo is er de muzikale veelzijdigheid, de locatie met een paar schitterende zalen, perfect geluid en schitterende inkleding met over het algemeen een prima sfeer waarin veel gedanst wordt. Wel moeten er na deze eerste editie nog een paar kinderziektes uit, zoals het lange aanschuiven. We kunnen na afloop in elk geval met een fijn gevoel terug het Kanaal over.