Dour Dag 2: Fatima Yamaha for the win

De eerste volwaardige dag van Dour Festival 2016 wordt in stijl afgetrapt door het Brusselse trio ULYSSE. Dat feestje gaat door in Jupiler Dance Hall, een podium dat doorgaans onze voorkeur krijgt om het figuurlijk campinggeweld van de dag voordien weg te dansen. En dat kan al meteen op ULYSSEs aanstekelijke Cashmere Guns. De Belgische driekop is de perfecte electropopband om de dag mee te beginnen en met Wounds is het eerste hoogtepunt van de dag meteen bekend.

Dour profileert zich meer dan ooit als festival dat kansen wil geven. Heel wat nationaal talent dus op het festival dat nog eens extra in de kijker wordt gezet door Belgium Booms, een project dat Belgisch talent in de internationale kijker wil zetten, wat wij alleen maar kunnen steunen. Eén van die Belgische bands krijgt de eer om het allereerste concert in La Petite Maison dans la Prairie af te leveren. Het Antwerpse BEFFROI - oneerbare vertalingen steken de kop in het publiek maar het is gewoon Frans voor ‘klokkentoren’ - doet de Koekenstad alle eer aan.

Het duo vertoeft voornamelijk in de atmosferische electronica en heeft wat weg van de minder funky versie van het fantastische Kate Boy. Verder zijn ook de Massive Attack-invloeden moeilijk weg te denken en valt het op dat de lichtproductie in La Petite Maison behoorlijk sterk is. Later merken we dat het festival overal goed scoort als het aankomt op licht en visuals. Videoschermen om mee te volgen in de tenten is misschien nog een idee voor volgend jaar. 

In Le Labo staat de excentrieke fransoos Jacques ineens voor onze neus. De man begint stilletjes aan faam te maken met het live samplen en loopen van allerhande variabele voorwerpen op een podium. Naast keyboard, gitaar, zang, klanknabootsingen en grappige dansjes neemt Jacques zijn geluiden live op met alledaagse voorwerpen uit de gemiddelde woning der middenstand. Schaar, pingpongballetje, spuitbus, ducttape, eiersnijder - volgens sommige een mozzarellasnijder - kartonnen buizen en toeters. Je kan het zo gek nog niet bedenken, de man is duidelijk een genie.

Muzikaal weerspiegelen de oneindige lagen loops zich in zomerse house met hier en daar een sterke snuif Booka Shade. In twee nummers krijgt de solo-act gezelschap van zijn besnord maatje voor vocals waarvan we de meerwaarde niet inzien en niet begrijpen waarom Jacques deze niet gewoon zelf kan inzingen. Het opnemen van de samples kan soms lang duren omdat het meestal ook niet van de eerste keer wil lukken, daardoor kan de muziek soms wat lang aanslepen. De muziek is ondergeschikt aan de performance, Jacques moet de enige act op aarde zijn waar dat geen probleem is. Niet waar, Salut c’est Cool?

Net voor Petit Biscuit pikken we nog het niet elektronisch concert van HONNE mee. Het oordeel luidt uiterst dansbare poprock met een zanger die beter enkele effecten overheen zijn uitspattingen plaatst. Frans wonderkid Petit Biscuit surft mee op de hype der tropical house. Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s doet hij alles live. Dat en de gepersonaliseerde visuals achter zijn rug - mits weinig meerwaarde - maken van Petit Biscuit veel meer dan een tropical housesetje waarin de éne hit na de andere valt. Qua vibe situeert deze jongeling zich ergens tussen Flume, Slow Magic en Lost Frequencies. Dat laatste is verre van een belediging.

Nog steeds in de categorie wonderkids komen we bij de Antwerpse Pomrad terecht die de Dance Hall in vuur en vlam aan het zetten is. De man heeft een toetsenier en drummer meegebracht maar het zijn vooral de solo’s op zijn eigen keytar die veel indruk maken. “Het is voor te zeggen, het is voor het volgende, ik zou eigenlijk eens heel graag …”, klinkt het door het soundsystem net voor Pomrad ontaardt in een climaxaal dansfeest. Pomslap krijgen we er aan het eind gratis en voor niks bij.

Het is vrij imponerend, zo`n cultfiguur als Tiga live op een podium. Het zijn vooral de vocals en danspasjes die de Canadees op zich neemt, terwijl zijn Fins maatje Jori Hulkkonen het element der live visuals op zich neemt. Qua visuals haalt het live project van Tiga zilver op dit festival (de gouden medaille gaat zonder twijfel naar Floating Points). Perfect synchroon met de muziek en geprojecteerd op lamellen die regelmatig open en toe gaan, lekker effect. 

Qua muziek brengen Tiga en Hulkkonen een strakke set van electro en pop in een mix van recent werk en klassiekers. In die eerste categorie passeren Bugatti, Plush, Fever, 100 - waarin de zang heel erg vals klinkt -, het uitstekende Shoes en het geweldig aanstekelijke Let`s Go Dancing. Net voor het slotoffensief krijgen de twee heren gezelschap van drie backing vocals in de vorm van paspoppen. Geinig.

Dat slotoffensief bestaat uit een Sunglasses At Night en een Pleasure From The Bass die allebei wel een hele flauwe invulling krijgen. Gelukkig maken zware rakkers Mind Dimension 2, The Proxy`s Raven en bisnummer You Gonna Want Me alles weer goed. Tiga live, een sterk optreden met hier en daar flauwe intermezzo en zeer sterke visuals.

Met een van de sterkste livesets in de Boiler Room-geschiedenis - zijn set op Dekmantel Festival 2015 - liggen de verwachtingen zeer hoog voor Fatima Yamaha. We zien de meesterproducer van De Jeugd Van Tegenwoordig liever in het daglicht bezig maar we geven maar al te graag toe dat de man het ook goed doet op een overvol middernachtfeest met een legertje moving heads in ons gezicht.

Verrassend vroeg haalt de man monsterplaat Love Invaders al boven en is het alweer smullen van enkele oorstrelende solo`s op de synths. Die solo`s gaan volledig anders dan tijdens zijn bekende Dekmantel-passage waardoor het duidelijk is dat de man niet enkel live speelt maar ook nog eens zijn eigen gangetje gaat met zijn synthesizers, jammen maar! Verder is het tijdens een van de beste optredens van dit festival nog smullen op Between Worlds, Sazak Bay en zijn grootste hit What`s A Girl To Do als bisnummer. Klasse, mil-jaar.

Ondertussen gaan we de technonacht in met Henrik SchwarzBjarkiLe Bask en Dave Clarke op het programma. Behoorlijk stevig knallen dus te beginnen met Innervisions-coryfee Henrik Schwarz die zijn set aanpast aan het late uur waarop hij geprogrammeerd staat met meeslepende techno, veel blazers en hier en daar een atmosferisch Vitalic-intermezzo.

Venetian Snares moet helaas afzeggen voor zijn optreden door technische problemen met zijn zelfgemaakte instrumenten. Bjarki moet daardoor wat langer spelen. Stevige techno zoals we van hem gewoon zijn. Wat een knallend feest, de man beseft dat hardcorelegende Le Bask dra de knoppen moet overnemen en verdiept zich verder en verder in de onbewoonde krochten der loeiharde techno. Genieten.

Le Bask typeert zich door lange meeslepende intro`s en intermezzo`s om dan te vervallen in stampende hardcore. Cannibal Stage is blijkbaar lang niet groot genoeg voor Le Bask want tot ver buiten de tentgrenzen wordt er gesprongen en gehackt op dit muziekfenomeen. Aanvankelijk denken we dit te kunnen uitzitten maar na de steeds wederkerende herhaling van dezelfde climax beginnen we Dave Clarke toch al te missen.

Na zijn recent auto-ongeluk staat de Britse technolegende met brace en wandelstok te draaien maar hij is resoluter dan ooit. Zo blijke zijn emotionele slash kwade speech net voor zijn bisnummer. Daarin heeft hij het over zijn recent ongeluk, spreekt hij kwaad over Brexit en Boris Johnson en hekelt hij de terreur in de wereld, wij nog steeds onwetend van wat er net in Nice gebeurd is. 

We weten niet zo goed wat te denken van deze emotionele en kwade uitval - hij benadrukt bijvoorbeeld continu dat hij geen "fucking hippy" is - maar gelukkig sluit hij af met een positieve gedachte, dat muziek mensen bij elkaar kan brengen. Voor dat alles was het wel een zwaar feest dat alle elementen van een goede Clarke-set bevat. Namelijk pompende techno, snerpende cymbalen, een overaanbod aan backspins en enkele klassiekers zoals New Orders Blue Monday en Johannes Heils Paranoid Dancer.