Pukkelpop dag 2: Boys Noize en Mount Kimbie overklassen Jaar

In onze eerste dagreview van Pukkelpop 2017 kon je al lezen hoe Glints, Lunice en Moderat de festivalbezoekers in Kiewit verblijdden. Tijd voor dag 2, we namen ons programmaboekje erbij en we zagen al heel wat rode kruisjes en cirkeltjes staan. Dat belooft!

Een zekere nonchalance tijdens het optreden siert een artiest, maar niet als deze nonchalance meer op luiheid begint te lijken. Helaas was dit wel het geval bij Forest Swords. Toegegeven: we hadden hoge verwachtingen voor deze kerel nadat we zijn meest recente album hoorden, maar hij heeft er geen enkele van ingelost. 

Om de act wat op te fleuren bracht hij een gitarist mee. Het podium was eerlijk verdeeld tussen gitarist en elektronica, en samen met de bijzonder straffe visuals vormde dit een heel mooi beeld. De muziek op zich was nog heel goed te smaken, alleen stonden de verknipte vocals veel te stil in vergelijking met de dreunende bassen, maar een kniesoor die daar op let.

De performance zelf, zowel van de gitarist als elektronica, liet serieus te wensen over. Ofwel hebben beiden een nachtje slaap overgeslagen, ofwel stonden ze er dik tegen hun zin. En wat de reden ook was, beide heren lieten het duidelijk merken. Met als resultaat dat de muziek aangenaam was op de achtergrond bij een gesprek, maar zodra je je concentreerde op het concert verdween alle sfeer.

Na een korte pauze, maar nog steeds amper het frut uit onze ogen gewreven, zochten we Clark op in de Castello. Die had geen meelij: met de luide beats van Slap Drones  en Banjo werd iedereen wakker geschud. De Brit vanop het Ninja Tune-label kreeg twee vreemde wezens met verlichte rolkooien voor zich, die minimalistisch maar immer synchroon dansten aan een waanzinnig tempo. Na de bonkige start sloop er gaandeweg melodie in de set en met Butterfly Prowler werd het evenwicht gevonden.

De dans soiree kon eindelijk aanvangen, maar daar dacht het makke publiek in de halfgevulde tent anders over. Unfurla, Beacon en zelfs het zacht geknede Peak Magnetic kregen een kletterende dosis punch mee, maar weinig kon baten. Was dit te blits, te vroeg op de dag? Het geblaas nam niet meer af en de set sloot met UN U.K. af. Waardig uurtje van een topproducer, maar helaas was niet iedereen mee.

Lukte het What So Not wel z'n bulderende beats te verslijten in de Boiler Room? De Australiër pakte het clever aan en strooide met old school hiphopsamples, enkele acapella's van Kendrick Lamar en tonnen distortion. Hitjes van GTA, Branchez en Rüfüs passeerden de revue, doorspekt met het eigen Touched, Lone of Jaguar en z'n remixen voor Major Lazer en buddy Flume. Goed kon je dit bezwaarlijk noemen, maar de energie droop er wel vanaf.

Daarna was het op naar Tycho. Zij hadden op zich een leuke set, maar wisten niet helemaal te overtuigen en het publiek op te zuigen in hun wondere wereld. De visuals waren bijzonder (en soms iets té) psychedelisch en dit gaf een mooie combinatie met de verspreide opstelling van de muzikanten.

Dan was Fakear aan de beurt. Met een erg uitgebreide equipe op het podium stak ie van wal met Uprising. De producer zelf huppelde dan weer van controller naar controller. De gladde future beats met oosterse tint volgden elkaar op in de half gevulde Dance Hall. Song For Jo en zeker My Own Sun kregen een eerste maal alle handen overtuigend op elkaar.

In Mantra was de hoofdrol voor de harp, verder gingen de lijpe stemmetjes met de aandacht lopen. Jammer was dat Fakear op een bepaald moment zijn muzikanten van het podium stuurde en alleen achter bleef voor een solo. Helaas speelde deze solo zichzelf en stond Fakear wat doelloos op de twee zelfde knoppen te drukken.

Dit werd akelig duidelijk door de camera die inzoomde op deze vingers en het tafereel op de schermen projecteerde. Een stevige stortbui deden de lichtkaders aan de Boiler Room en in de Dance Hall plots stevig zwieren, maar verder kwaad bleef gelukkig uit. Meer zelfs, het deed de tent volledig vollopen, wat de sfeer enkel ten goede kwam.

La Lune Rousse en het meer dansbare Animal kregen iedereen aan het bewegen. Hét hoogtepunt werd uiteindelijk La Belle Ame, met handjesgeklap à volonté. Fakear moest de rit enkel nog uitrijden met La Chaleur Des Corps en Lessons. Game, set, match.

Intiem, dansen, ruw, clean, simpel, gecompliceerd. Mount Kimbie was vanalles tijdens hun passage in de Castello. Maar ze waren vooral steeds wat ze móesten zijn.

Het vergt al heel wat lef om te openen met een nieuw nummer en het vergt nog veel meer talent om heel het publiek daar meteen mee te kunnen boeien. De twee heren van Mount Kimbie bezitten dit talent overduidelijk. Er passeerde een hoop nieuwe nummers, twee reeds verschenen singles Marilyn en Blue Train Lines en een resem oudere nummers.

Onder deze oudere nummers was onder andere You Took Your Time, waar helaas de vocals van King Krule ontbraken (die was waarschijnlijk wat druk met het maken van zijn nieuw album). Maar net op het punt waar het gemis aan vocals begon te knagen, evolueerde het nummer naar een wereld waar vocals niet bestaan en volslagen onnodig zijn.

Afsluiten deed het duo (dat live uitgebreid is naar een kwartet) met publiekslieveling Made To Stray, dat heerlijk lang gerekt werd om het feest nog langer te laten lijken. Helaas kwam er zelfs aan deze versie een eind en moest Mount Kimbie afscheid nemen en - nog erger - wij van hen.

Eén tent verder had Mr. Oizo het minder onder de markt. Met Positif, Callgurls (van Handbraekes, z'n alias met Boys Noize) en Riverside van Sidney Samson hield ie - onsamenhangend als wat - nog stand, vanaf dan ging het bergaf. Het feestje met old school electro classics werd ingeruild voor geflipte EDM en hardstyle in overdrive. Afgrijselijk hyperkinetische beats van onder meer Flosstradamus en Taso schoten door de boxen, gepaard met clashende visuals. Teleurgesteld dropen we af. Iets te veel in het Amerikaanse circus gehangen, Dupieux?

Tijd voor de ontnuchtering met enkele welgemikte technostompen in de maag. We zochten IJslands fenomeen Bjarki op en kregen wat we wouden: anderhalf uur hard tegen onzacht. De producer verstuurde de mokerslagen vanachter z'n gear-eiland, waarrond continu een creep in strakke spandex suit huppelde. Eens met een cameraatje, dan weer met een komkommer over elke vinger: God weet wat de man z'n functie was. Feit is wel dag hij nooit de aandacht wegnam van de puike techno van Bjarki. Afsluiter I Wanna Go Bang rondde een set die voorbijvloog vol in de roos af.

We konden het toch niet laten even te passeren bij het fenomeen dat Sampha is. Toegegeven, het was serieus tegen mijn zin, want Sampha dat is muziek voor flauwe pubers. Na het optreden besef ik dat ik ofwel ongelijk had, ofwel (met mijn 18 jaar) zelf nog tot deze categorie behoor.

Na een stilte holde er een gekke drummer op het podium, sprong op zijn kruk en voor hij goed en wel zat was het optreden begonnen. Sampha sprong rond en hitste het publiek op al was hij een rapper uit Atlanta. Een (zeer) stevige portie beats werd voorzien door twee drummers: het springkonijn van eerder en een ietwat ongemakkelijke kerel die het kortste lootje had getrokken en nu heel het optreden recht moest staan drummen aan een paal met elektronische drums. Bassen en synths kwamen van een al even ongemakkelijke (en melodramatische) keyboardspeler. Met deze twee heren als enige minpunten, was Sampha een bijzonder aangename verrassing.

Toen de eerste tonen van zowel 100°C Plastic en (No One Knows Me) Like The Piano begonnen, dacht ik dat we eindelijk aan het punt kwamen waar de eerste geeuw ons ging ontsnappen, maar niets was minder waar. De drie muzikanten trokken een begrafenissmoel en Sampha zelf begon aan een intiem stuk, dat geenszins saai was. 

Hoogtepunt was toch toen alle vier de heren samen wat show gingen verkopen op een mini drumstel dat vooraan was opgesteld. Grappig, vermakelijk en nog steeds goede muziek. Respect mijn beste Sampha.

De elektronische headliner van de vrijdagavond was levende legende Boys Noize. De Duitser tourt nog steeds met z'n Mayday-album, maar er was ruimschoots tijd voor ouder werk. Zo startte ie met Overthrow, maar volgden What U Want en Arcade Robot snel.

De maatschappijkritische visuals van oproerpolitie en cijfers over aftaptelefoons en CCTV pasten perfect bij het robuuste sfeertje dat Boys Noize neerlegde. Grauwe new beat en verpulverende beats vormden de ruggengraat van z'n set. De toetjes waren dan weer flarden van My Moon, My Man van Frau.

Kontact Me, Ich R U en & Down sloegen de turbo aan, waardoor de BNR-labelbaas met vrijwel alles wegkwam in de onderhoudende set. Euphoria en XTC zetten de Dance Hall in lichterlaaie, de verschroeiende electro gebracht door de meester zelve werkt nog steeds like a charm.

Starchild, de trage schuurdet met Polica, leek de enige dip in de set. Onnodig, want het volk wou raven. Boodschap begrepen, Midnight, Dominator en Nott klaarden de klus tijdens een chaotische finale. Boys Noize kan het nog steeds met heel wat power en zorgde zo voor een onverwacht hoogtepunt waarmee we de nacht indoken. Grote meneer!

Nicolas Jaar. De andere grote meneer waar we heel de dag naar uitkeken ging de Marquee afsluiten. De tent zat aangenaam gevuld en de eerste tonen en kraakjes kwamen uit de speakers. Nicolas, zelf gehuld in rook en blauw licht, was amper zichtbaar. Hij begon te prullen aan een intro, die akelig lang duurde. Té lang om de interesse erbij te houden. Het publiek begon te babbelen of ging zelfs gewoon weg.

Eindelijk kwam daar die eerste beat en was een dansje mogelijk. Helaas enkel een heel ingetogen dansje. De soundscapes bleven elkaar aanvullen en uitbreiden, maar overtuigen deed meneer Jaar niet. Een stereotiep geval van "mooi in een zaal, maar gaat verloren op een festival", helaas. Jammer voor meneer Jaar en jammer voor het publiek, dat trek had in een geniale afsluiter van de Marquee.