Nathan Fake en Telefon Tel Aviv hoogvliegers op DGTL Amsterdam (01/04)

Opstaan met Telefon Tel Aviv is mogelijks beter dan opstaan met een ochtenderectie. Je kent de Amerikaanse Joshua Eustis misschien van de livebezetting van Nine Inch Nails, maar solo stijgt hij het podium al op sinds 2009 voor het project Telefon Tel Aviv dat al sinds 1999 bestaat. Toen werd hij nog bijgestaan door zijn kompaan Charles Cooper die in 2009 onverwachts overleed, waarna Eustis na lang twijfel besliste om het project verder te zetten. Twijfel, leven en dood is dan ook de thematiek in zijn muziek en dat is duidelijk hoor- én voelbaar in de Generator op de slotdag van DGTL Amsterdam 2018.

Telefon Tel Aviv verkent de diepste krochten der aarde in een stijl die nog het beste te vergelijken is met Actress. Ook de lichtshow wordt afgestemd en herinnert aan het kunstwerk Skyline of de tientallen stroboscopen die het volk iedere festivaldag verwelkomen aan de Generator. Wanneer Eustis na een portie breakbeat begint te zingen en de pianotunes de zaal vullen gaat zijn orkest richting Four Tet. Na een duister intermezzo waarbij de koppeltjes in de zaal rustig heen en weer wiegen, forceert Telefon Tel Aviv het magnifieke The Birds door de scheepsloods. Moderat bestaat niet meer? Opgelost. Er heerst al jaren een epidemie van gebrekkige originaliteit in house- en technoland. Maar DGTL heeft tenminste nog de ballen om een act als Telefon Tel Aviv op een podium te zetten. Verdomme, zeg.

Wat een contrast. Van de grootste depressie naar het jolijtigste dansfeest van het festival. Nightmares On Wax betovert het gezellig Filter-podium om tot salsalessen voor gevorderden. De Brit is al meer dan twintig jaar bezig en dat merk je aan zijn platenkoffers en nog meer aan wat daarin verstopt zit. Een grote portie disco, wereldmuziek en ander lekkers waarop het publiek - opmerkelijk veel dames - volledig uit de bol gaat.

De grootste stip op ieders line-up moet de liveset van Nathan Fake zijn die van start gaat in het tuinhuis van Resident Advisor oftewel de Gain. De Brit is al bijna twintig jaar bezig onder invloed van Orbital en Aphex Twin en staat sinds undergroundhit The Sky Was Pink (2005) al lang op de wereldkaart der slimme electronica. Toch zie je hem niet al te vaak opduiken op festival line-ups dus alweer een dikke duim voor de DGTL-programmatie.

Live doet Nathan Fake het zeer ingetogen met software, controller en een bordje mini-keys waar Fatima Yamaha mesjogge van zou worden. Hij start strak met acid en breakbeat om al meteen op de proppen te komen met het beatloze HoursDaysMonthsSeasons dat in zijn liveversie halfweg wel opeens zeer dansbaar wordt. Terwijl Fake nog een biertje van het schap vraagt, zoekt het publiek naar houvast tijdens zijn eerste hit Outhouse, want crashbarriers zijn er niet in Gain. De atmosferische overgang tussen die grote danshit en het meer ingetogen The Sky Was Pink is op zijn minst een fenomenale apotheose te noemen. Wie deze act gemist heeft, kan maar beter beginnen huilen of op zoek gaan naar een tijdmachine.

Terwijl Ida Engberg wat acid door Amp werpt, verwelkomt het publiek op Modular de Franse grootmeester der techno en body lotion, Laurent Garnier. De man krijgt maar twee uur de tijd - echt niet lang voor hem - om het hoofdpodium in brand te steken maar klaarblijkelijk heeft hij daar maar vijf minuten voor nodig. De climax na zijn atmosferische intro was genoeg om een schitterende dj-set in gang te zetten die na een portie Donna Summer overgaat in French touch van maatjes De Crécy en Gopher om ietwat onverwachts maar des te beter af te sluiten met KölschThe Road. Merci Laurent et à la prochaine.

De neiging om Nightmares On Wax’ volgende set in Gain mee te pikken is groot maar er wacht een pianovirtuoos het publiek op in de Frequency-serre. Wie nog steeds beweert dat klassieke muziek en elektronische dance tegengestelden zijn, kan zichzelf maar beter aan een gruwelijk einde helpen, want niets is minder waar. Seth Schwarz ondersteunt zijn spacey house met een elektrische viool en hij blijkt dat nog goed te kunnen ook. Zijn kleurrijk gewaad is wellicht een aprilvis maar zijn muziek is dat zeker niet. Denk Kollektiv Turmstrasse, denk Einmusik, denk voor ons part zelfs Booka Shade.

Het einde is in zicht en er moet dringend wat geknald worden. Wie beter om het bloeddorstig publiek op zijn wenken te bedienen dan Dax J? De Brit haalt het beste uit zijn live truckendoos en knalt het dak net niet van de Generator, wat een ramp zou zijn voor het enige podium dat ietwat waterdicht is. Dax J staat nog niet geweldig lang op de technokaart, maar zoals één van zijn liveplaten beweert, is hij wel degelijk the future.

Terug op Modular eindigt Maceo Plex zijn set niet geweldig onaardig maar laat het duidelijk zijn dat de hybride performance van de maatjes Âme ons hierheen lokt. Terwijl Kristian Beyer de steengoede plaatjes draait kan vaste kompaan Frank Wiedemann zijn gang gaan met synthesizers en knoppenbakken voor alweer een nieuw project van de boys onder de noemer Âme II Âme. Opmerkelijk hoe ver de vrienden van elkaar staan en hoe weinig interactie ze hebben. De strikte taakverdeling zoals enkel Duitsers dat kunnen is het geheim van deze formatie. Gründlich.

Het had even goed Laurent Garnier kunnen zijn maar het is wel degelijk onze Britse vriend Denis Sulta die beslist om dan toch nog een goeie ouwe Daft Punk op te leggen op DGTL. Waar hij initieel nog techno knalt in Filter zoekt hij al snel disco-oorden op waartussen hij met succes Crescendolls oplegt. Terwijl het publiek zijn allerlaatste drinktokens verkwist aan porties olijven besluit Sulta DGTL te besluiten met Daniel Wangs Free Lovin’. Heyo!

Nadat de kapitein van het pontje de laatste delegatie landrotten terug aan wal zet in de binnenstad, zit DGTL Amsterdam 2018 er alweer op. Als Nederland volgend jaar nog steeds niet onder water staat, is Fuzz Magazine terug present.