Score: 

8/10

Releasedatum: 

24/03/2017

Relatief nieuwe naam aan het firmament gesignaleerd: Kelly Lee Owens. De Londense producer heeft een titelloos debuutalbum uit via Smalltown Supersound, het Noorse label gekend om z'n veelzijdige, maar immer goede releases. Ook bij deze Britse is dat niet anders; haar synthwavesound strandt ergens tussen het hippe van Berlijn en Londen, waar ook Jessy Lanza zich nestelt.

Met slechts een tweetal EP's waagt de 28-jarige Kelly Lee Owens zich aan de sprong richting langspeler. Dat doet ze echter in goed gezelschap, want met Daniel Avery, Ghost Culture en Jenny Hval werkte er schoon volk mee achter de schermen. Dat die eerste twee aan de knoppen zaten, merk je meteen. Kelly Lee Owens herbergt een afgevlakte sound van hun analoge synths en zweverige melodiën. Hoewel pakweg Keep Walking uit de boot viel bij Daniel Avery z'n Drone Logic, is het hoegenaamd geen afdankertje te noemen, maar eerder een wazige versie met een verwaterd arrangement. Het zorgt ervoor dat de Londense op menig blog met een goed rapport en een pak lof aan de haal gaat. Niet minder dan terecht. Zij bewees hem enkele jaren terug al een dienst door Knowing We'll Be Here in te zingen. De circel is rond.

Op het hele album heerst de kwaliteit der avant-pop. Opener S.O. is fluweelzacht, beroert amper enkele tikken op de drumpad en synthesizer en laat op die manier vooral het stemgeluid van Kelly Lee met alle aandacht wegsluipen. Ook Arthur (een ode aan Arthur Russell) blijft een dromerige waas, zij het iets stoerder. De machines klinken vibrant, lijken warm te draaien, maar houden het bij heerlijk gezoem. Meer van dat? Keep Walking en het iets obscuurdere 8 (sitars galore!) tot uw dienst.

De songs hebben zelden een klassieke structuur met strofes en refrein, maar dat zou ook amper passen bij de crossover van electronica naar weemoedige pop. Kelly Lee Owens heeft met haar vocals en eerder simpele, maar uitstekend uiteengezette arrangementen enkele spannende elementen in handen. Eén voor één worden die erg puik uitgespeeld.

Het blijft echter niet enkel bij slepende electonicaklanken, er komen af en toe ook heuse beats aan te pas. Niet eens zo'n wilde, gelukkig maar, want de zachte aanpak gaat d'r beter af. Anxi. (met Jenny Hval) en Lucid weten het ritme wat op te drijven, Evolution gaat richting techno, terwijl Bird en Throwing Lines het doen met een pak bleeps, belletjes en omwentelende echo's. Echt dansen kan uiteindelijk bij CBM.

Ondanks de iets strakkere invulling van die ritmes (die de nummers gek genoeg ook saaier maken wegens minder fantasierijk) is dit andermaal knap werk qua opbouw van de heren Daniel Avery en Ghost Culture. De vraag die daagde aan het begin van deze plaat - "Ja maar, live dan?" - is bij deze ook beantwoord.

Kelly Lee Owens is een langgerekte indommelplaat - in de meest positieve zin van het woord. Mechanische pulsen omhelzen je, laten je met warme gloed wegdromen, en snoozen je keer na keer door dit prima album. Op enkelende tikkende beats die je af en toe laten wakkerknikken, is dit wat ons betreft de ideale soundtrack bij de nacht.

Op 13 mei staat Kelly Lee Owens op Les Nuits Botanique. Info & tickets vind je op de website van de Brusselse concertzaal.

Gerelateerd